Kies uw kerk

Preek van de week

2021-05-16. Op adem komen

Preek 7de zondag van Pasen, B

 

Eerste lezing: Handelingen der apostelen 1, 15-17. 20a. 20c-26

Evangelie: Johannes 17, 11b-19

'God is liefde', schrijft Johannes vandaag in zijn evangelie. Ik beschouw deze woorden als de bekroning van heel de Bijbel. Als de kroon op de discussie die de bijbel is, een gesprek dat wij voortzetten. En daarmee mag alles wat over God gezegd is, opnieuw en anders gelezen worden. God is liefde betekent niet dat God naast almachtig, oneindig, alwetend, ook nog eens liefde is. Liefde is niet zomaar een eigenschap van God. Dit woord duidt aan wie God in eigen wezen is. Het is geen regel uit de catechismus, geen voorschrift, maar een ervaring, opgedaan in het verhaal van het Joodse volk en van Jezus.

Al die oude woorden: 'almachtig, alwetend, oneindig,' mogen we op een andere manier lezen. Want wie liefde is, wil niet eens almachtig zijn, gunt mensen en dingen, natuur en geschiedenis vrijheid, ook al gebeuren er rampzalige dingen en worden er slechte beslissingen genomen. Als je liefde bent, dan wil je niet alles weten en leg je jezelf beperkingen op.

We beseffen nauwelijks wat het betekent: 'God is liefde'. Als je kijkt naar de geschiedenis van het christendom, dan merk je dat deze woorden maar een kleine rol hebben gespeeld in het geloof. God bleef -en voor velen blijft- een God van rechten en plichten, een God die bovenal eisen stelt. We hebben nog maar weinig ervaring met denken vanuit de overweldigende gedachte dat God liefde is.

Als we enigermate willen weten wat 'God is liefde' betekent, dan mogen we naar Jezus kijken. In het evangelie bidt Jezus voor ons tot God. Dat de diepe verbondenheid, eenheid, van Jezus met God ook de onze mag worden. Geen samensmelting, maar, integendeel, een opkomen voor de ander, een behoeden van de ander, de ander de ander laten zijn, de ander tot zijn/haar recht laten komen, eventueel zijn leven geven voor de ander. Dat is niet zo romantisch, het is vaak hard werken, maar uiteindelijk geeft dit diepe vreugde en voldoening. Zelf gelukkig worden, door een andere gelukkig te maken!

Het gaat hier om de eenheid van de een tegenover de ander. Jezus bidt dat we in de 'kosmos', de 'wereld' (of liever: 'orde') blijven. Daarmee bedoelt Jezus het dagelijkse leven met zijn sleur en zijn voortijlen. Maar dat we niet de waarden nastreven die vaak hoog in deze menselijke orde aangeschreven staan, maar in feite leugens zijn.

Johannes 17, 11b-19

Johannes 17, 11b-19

Het gaat hier om de eenheid van de een tegenover de ander. Jezus bidt dat we in de 'kosmos', de 'wereld' (of liever: 'orde') blijven. Daarmee bedoelt Jezus het dagelijkse leven met zijn sleur en zijn voortijlen. Maar dat we niet de waarden nastreven die vaak hoog in deze menselijke orde aangeschreven staan, maar in feite leugens zijn.

Om te besluiten. Jezus bidt dat God ons heiligt. Beter vertaalt zou zijn: dat God ons wijdt. 'Wijden' is iets of iemand een bestemming, een taak geven. Wij krijgen van God de taak de waarheid te laten regeren in deze wereld, in plaats van de leugen. Het is onze taak te vertellen dat God liefde is. Dat de God van de liefde het begin is en einde van alles. De liefde staat in het centrum van het menselijk bestaan, ze is doel en zin van het leven. Wij zijn dus allen gewijd, belast met een taak, die ons niet neerdrukt, maar optilt: dat liefde alles is wat je nodig hebt, dat liefde geven onze taak is, dat God liefde is.

          Amen.

Mogen allen een zijn

Kunstwerk is te bewonderen bij: Waliby World in Biddinghuizen, Nederland
          Gevonden op: www.beeldmeditaties.nl/

Het zonlicht valt op het segment waar de figuurtjes zichtbaar worden, alsof de mensen uit het donker naar het licht tevoorschijn komen. Hebben wij hier zicht op een nieuwe schepping? Geaccentueerd door de schoonheid van het gladde metalen oppervlak? Alsof we even door die mooie buitenkant heen, mogen zien wat daarbinnen is: de mensheid als eenheid…?

De figuren zijn rudimentaire menselijke gestalten. Het gaat klaarblijkelijk niet om ieders eigen schoonheid of identiteit. De nadruk ligt op de onderlinge verbondenheid, schouder aan schouder, geworteld in hetzelfde, ene middelpunt: Jezus Christus, en op het opvallende overwinningsgebaar van de omhoog gestoken verbonden handen van de middelste twee. Het gaat om de saamhorigheid, de eenheid.

Edel metaal moet net zo lang in vuur worden geloogd en gelouterd totdat alle slakken en andere ongerechtigheden verwijderd zijn. Het is alsof de mensenfiguurtjes dat proces zojuist hebben doorgemaakt en er als nieuw uit omhoog rijzen. Dit past bij Jezus’ gebed om eenheid: ‘Heilige Vader, bewaar in Uw Naam hen die Gij mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn, zoals Wij. Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad.’

Handelingen 1, 15-17. 20a. 20c-26

Judas’ opvolger aangewezen
In die dagen stond Petrus op te midden van de broeders - er was een groep bijeen van ongeveer honderdtwintig personen - en hij zei:
‘Broeders! Het Schriftwoord moest in vervulling gaan, dat de heilige Geest bij monde van David tevoren heeft gesproken met het oog op Judas, de gids van hen die Jezus arresteerden. Immers, hij werd tot onze kring gerekend en had deel aan onze taak.
Want in het Boek van de Psalmen staat geschreven:
Iemand anders moet zijn ambt overnemen. Daarom moet er van de mannen die steeds met ons zijn opgetrokken, al die tijd dat de Heer Jezus onder ons verkeerde, vanaf het begin, vanaf de doop van Johannes, tot de dag waarop Hij van ons is weggenomen, van hen dus moet er één samen met ons getuige worden van zijn opstanding.’ Ze stelden er twee voor: Jozef Barsabbas, bijgenaamd Justus, en Mattias. Ze spraken dit gebed uit: ‘Heer, U die het hart van alle mensen kent, wijs aan wie van deze twee U hebt uitgekozen om in ons apostolisch werk de plaats in te nemen die Judas heeft verlaten om zijn eigen weg te gaan.’ Daarop lieten ze hen loten, en het lot viel op Mattias, en zo werd hij aan de elf apostelen toegevoegd.

Johannes 17, 11b-19

Afscheidsgebed van Jezus
Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, die U Mij hebt toevertrouwd, opdat ze één mogen zijn zoals Wij. Zolang Ik bij hen was, was het mijn taak hen te bewaren in uw naam, die naam die U Mij hebt toevertrouwd; Ik heb over hen gewaakt, en geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling zou gaan. Nu kom Ik naar U toe, maar terwijl Ik nog in de wereld ben, zeg Ik dit alles opdat ze volkomen vervuld mogen zijn van mijn vreugde. Ik heb hun uw woord doorgegeven, en de wereld is hen gaan haten, want ze zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. Ik vraag U niet hen uit de wereld weg te nemen, maar hen te behoeden voor de macht van het kwaad. Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. Maak hen toegewijd aan U in de waarheid; uw woord is waarheid. Zoals U Mij naar de wereld hebt gezonden, zo heb Ik hen naar de wereld gezonden, en voor hen wijd Ik mijzelf toe aan U, opdat ook zij U toegewijd zullen zijn in de waarheid.

Archief preken