Kies uw kerk

Preek van de week

2024-01-07. Getuigen zijn naar mensen

Preek Openbaring des Heren, B

          
Eerste lezing: Jesaja 60, 1-6
          Evangelie: Matteüs 2, 1-12

Beste medegelovigen. Wanneer je een wandeling maakt door de bossen of over de heide zo in je eentje, dan zie je natuurlijk best het een en ander. Je ziet braamstruiken, eiken, vlieren. Konijnenholen, eksters en duiven. En je houdt natuurlijk goed de paaltjes in de gaten met daarop de nummers of de kleur van de wandeling. Want anders zou je zomaar kunnen verdwalen.

Maar stel je nou voor dat je diezelfde wandeling maakt samen met een boswachter of met een gids van het IVN? Nou, dan krijg je ontzettend veel meer te zien. Wat zoal iemand allemaal ziet, dat is echt ongelooflijk. Hij wijst je op de verschillen tussen sterrenmos en bekermos, kussentjesmos en slaapmos. Hij wijst je de Zwartblauwe Rapunzel aan en guichelheil. Plantjes waar je anders zomaar aan voorbij zou zijn gelopen zonder het te zien. Hij wijst je misschien op het verschil tussen de roep van de Groene specht en de Grote bonte specht. Terwijl je daar misschien nog nooit op gelet had. Hij kan je vertellen over ondergrondse schimmeldraden die het de bomen mogelijk maakt om met elkaar in contact te staan, iets wat je niet voor mogelijk had gehouden. Hij trekt een stuk onkruid uit. Hij schraapt met zijn zakmes wat over de wortels en hij zegt 'Hier, probeer maar eens. Het smaakt echt niet gek. Ze hebben het gegeten tijdens het beleg van Leiden'.

Mattheus 2, 01-12

Mattheus 2, 01-12

Dat is toch opvallend dat de bossen en de heide aan zo'n boswachter of zo'n natuurgids duizend keer meer te zeggen hebben dan aan ons? Het waarom is natuurlijk duidelijk. Hij of zij heeft een grote zorg voor de natuur, staat er helemaal voor open en houdt ervan. Het gevolg is dat de natuur zich aan hem of aan haar meer en intenser openbaart dan aan ons.

Hetzelfde merk je bij mensen. Als iemand van je houdt en sympathie voor je heeft en jou waardeert, dan kun je voor zo iemand veel meer betekenen dan voor iemand die jou niet kent. En als iemand onsympathiek voor je is, je niet erkent en je niet waardeert. Of erger nog, wanneer iemand een duidelijke hekel aan je heeft, dan sluit je je gewoon af. Dan klap je dicht. Dan kun je jezelf aan zo iemand niet openbaren. Dat is dan geen kwestie van niet willen, maar van niet kunnen.

Beste mede gelovigen. Wij vieren vandaag het feest van de Openbaring van de Heer. Maar dit feest heeft natuurlijk geen enkele zin als we niet heel persoonlijk de vraag aan onszelf stellen In hoeverre heeft de Heer zich aan mij geopenbaard? Hoe zou het komen dat de Heer zich kennelijk veel en veel duidelijker heeft geopenbaard aan bijvoorbeeld een Sint Franciscus of Moeder Teresa dan aan mij? Aan de wijzen uit het Oosten, die toch wel van heel ver kwamen en die ver afstonden van de heilige boeken en van de Schriftuitleg heeft de Heer zich heel duidelijk geopenbaard. Maar aan Herodes, aan de mensen in Jeruzalem, aan de Schriftgeleerden. Met de Bijbel in de hand heeft Hij zich kennelijk niet geopenbaard. Voor hen klapte hij dicht. Het waarom is duidelijk. Zij hielden niet van Hem. Ze stonden niet voor Hem open. Hij liet hen onverschillig. Of in het geval van Herodes. Hij werd beschouwd als een bedreiging.

Als wij nu tot de conclusie moeten komen dat Jezus ons eigenlijk heel weinig zegt, dat we maar weinig met Hem bezig zijn, dat we eigenlijk alles belangrijker vinden dan contact met Hem, dan zit er iets fout. Dan missen we veel. En nu weet ik wel ik moet dat eigenlijk niet tegen u zeggen, want u bent hier. Door uw aanwezigheid geeft u er blijk van dat Jezus en Zijn boodschap belangrijk voor u zijn. Maar hoe is dat voor onze kinderen en kleinkinderen, Voor onze broers en zussen, onze naaste buren? Voor al die mensen die zich van huis uit katholiek noemen, maar die daarmee vooral willen zeggen dat ze het huis uit zijn gegaan. Begrijp me goed, het zijn ongetwijfeld ook allemaal mensen met een goed hart. Maar je zou hen zo graag gunnen dat Jezus ook voor hen meer kon betekenen. Dat ze zijn boodschap van vrede en liefde mochten voelen in hun hart. Misschien kunnen wij voor hen zijn, zo'n beetje als een boswachter of een IVN gids. En proberen om onze oprechte liefde voor God en voor Christus uit te dragen. Niet met moeilijke woorden en met een rugzak vol met Bijbelcitaten of kerkelijke uitspraken, maar gewoon door te getuigen van onze liefde en goedheid van het licht dat in ons brandt. En dat we dat ook in verband durven brengen met Christus.

Voor de wijzen uit het Oosten was dat ook genoeg. Een ster in de nacht die de weg wees naar een klein en kwetsbaar kind. Het was niet veel en tegelijk was het alles. Dit kind dat Gods liefde voor de wereld, voor de mensen en voor heel de schepping in zich droeg. Als wij ons hart openen voor Hem, dan kan Hij zich aan ons openbaren en dan kunnen wij ieder op onze eigen manier ervan getuigen naar de mensen om ons heen. Mag dat ons gegeven zijn?

          Amen

Drieluik: Aanbidding der Koningen

Schilder: atelier of omgeving van Jheronimus Bosch

          Techniek: olieverf op paneel
          Afmetingen (HxB): 80.4 x 115,4 cm
          Datum: ca. 1510-1520
          Te bezichtigen in: Erasmushuis te Anderlecht

Het stelt het Driekoningen-verhaal voor. Het is een variant op Bosch' beroemde Driekoningen-drieluik in het Museo del Prado in Madrid. De meest opmerkelijke verschillen zijn de stal, die hier gespiegeld is weergegeven, de zijvleugels, waar links niet Jozef de luiers van het Jezuskind droogt, maar een engel en rechts het gevolg van de koningen te zien is, en de relatief lage horizon. Ook de geschenken van de koningen zijn minder buitenissig. Caspar draagt een oudtestamentische voorstelling op zijn mouw. In dit geval is dat, als teken van de afgoderij waar Jezus een eind aan zal maken, de aanbidding van het gouden kalf. Dit is tevens bedoeld als contrast met de aanbidding van de verlosser. De mysterieuze 'vierde wijze', die ook wel als de antichrist geïdentificeerd is, is hier gereduceerd tot een eigentijdse edelman. Op het dak lijken twee herders toe te kijken.

Jesaja 60, 1-6

Het nieuwe Jeruzalem
Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de Heer. Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de Heer, zijn luister is boven jou zichtbaar. Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel. Open je ogen, kijk om je heen: ze stromen in drommen naar je toe; je zonen komen van ver, je dochters worden op de heup gedragen. Je zult stralen van vreugde als je het ziet, je hart zal van blijdschap overslaan. De schatten van de zee zullen je toevallen, de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot. Een vloed van kamelen zal je land overspoelen, jonge kamelen uit Midjan en Efa. Uit Seba komen ze in groten getale, beladen met wierook en goud. Zij verkondigen de roemrijke daden van de Heer.

Evangelie: Matteüs 2, 1-12

Van Betlehem naar Nazaret
Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’ Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en Schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de Messias geboren zou worden. ‘In Betlehem in Judea,’ zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: “En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden”?’. Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.’ Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre. Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.

Archief preken