Kies uw kerk

Preek van de week

2021-03-14. Mee bevrijden

        Preek 4de zondag in de veertigdagentijd 2021, B

Eerste lezing: 2e boek der Kronieken 36, 14-16. 19-23

Evangelie: Johannes 3, 14-21

Van de week had ik aan een keukentafel een bijzonder zingevingsgesprek. ‘Zal het ooit beter gaan in de wereld, zal er ooit een wereld komen vol gerechtigheid en naastenliefde’, waren de thema’s van het gesprek? Het antwoord was ontluisterend, maar helaas heel dicht bij de waarheid. Sommige mensen zullen nooit veranderen! Daarom is het goed dat we samen blijven Bijbellezen en bidden. Dat we samenblijven komen en dat we met elkaar het visioen van een nieuwe wereld levend houden. Alleen zo kunnen we het uithouden, alleen zo ontstaat er op de plaats waar wij wonen een beetje vrede, verdraagzaamheid en toekomstperspectief.

Is het glas nu halfleeg? Nee, maar het geeft wel een realistische kijk op mensen waarmee we samen mogen wonen. Het voorkomt desillusies door al te hoge verwachtingen.

Als Jezus zegt: "God had de wereld zo lief, dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven". Wat bedoelt Hij dan met 'de wereld'? Had Hij dan de landkaart in gedachten van de toenmalige wereld: Spanje, Italië, Griekenland? Beslist niet! Wat Jezus wel voor ogen stond zijn de mensen die de aarde bevolken. De mensen met al hun lief en leed, met hun lusten en lasten. De geweldplegers en hun slachtoffers, de bedrogenen en hun bedriegers. De onderdrukten en hun onderdrukkers, de armen en de hebzuchtigen. De mensen met hun angsten en twijfels, met hun hoop en hun wanhoop, met hun schuldgevoelens en hun verlangen naar vergeving. Wat Jezus voor ogen stond zijn mensen als u en ik, en onze redding. Zo wil God het!

Johannes 3, 14-21

Johannes 3, 14-21

Telkens weer opnieuw, in het verleden, nu en in de toekomst is God de aanwezige. Scheppend, bevrijdend en liefhebbend! Hij kan niet anders, zo is onze God, een God van alle tijden. Zoals ook de eerste lezing ons laat weten, dat God een reddende God wil zijn. ‘En de Heer, de God van hun voorvaderen, stuurde almaar gezanten want Hij had medelijden met zijn volk en met zijn woning.’ Maar sommige mensen, zij sloegen de waarschuwingen van de profeten in de wind, verachten Gods gezanten en spotten met hun boodschap. En dan is er geen redden meer aan. Ook voor God niet.

En ook Johannes zegt hetzelfde in het evangelie. God kan slechts redden wanneer in Jezus wordt geloofd, wanneer zijn boodschap serieus wordt genomen; gehoord en gedaan.
Geloven in Jezus, is oprecht handelen, is: de waarheid doen.

Om te besluiten. Het wordt duidelijk: God heeft mensen nodig, die in Jezus geloven, ons, die in zijn Naam oprecht willen handelen in de geest van het Evangelie. Wie in Jezus gelooft, kan en mag Gods bondgenoot zijn. Mag mee bevrijden.
Wij leven in deze veertigdagentijd naar het Licht van Pasen toe, waarin Gods liefde zichtbaar wordt, zijn uiterste wil om de mensen te herscheppen. Mogen Jezus’ woorden en daden ons meer en meer inspireren tot het doen van de waarheid. Dat wij daardoor in Jezus' naam bijdragen aan de bevrijding van de wereld.

 

          Amen

Afbeelding: Christus onderwijst Nikodemus

Schilder : Rotterdamse schilder Crijn Hendricksz Volmarijn (1604-1645)
          Techniek: Olie op paneel
          Datum: 1640
          Afmetingen (H x B): 92,5 x 125 cm.
          Onderdeel van een particuliere collectie.

 Volgens de Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie was hij een volgeling van Caravaggio.

2e boek der Kronieken 36, 14-16. 19-23

De regering van sedekia
De koning Sedekia deed wat de Heer, zijn God, mishaagde. Ook weigerde hij zich te bekeren tot God. Ook de voornaamste priesters en het volk zelf vielen in groten getale af; ze bedreven alle gruweldaden van de heidenen en ontwijdden het huis van de Heer, dat Hij geheiligd had in Jeruzalem. De Heer, de God van hun vaderen, werd niet moe hun telkens weer gezanten te sturen, want Hij had medelijden met zijn volk en zijn woonplaats. Maar ze overlaadden de gezanten van God met smaad, sloegen hun waarschuwingen in de wind, en spotten met de profeten, zodat de toorn van de Heer wel onverbiddelijk moest neerkomen op zijn volk.

De Koning stak het huis van God in brand, brak de muur van Jeruzalem af, en alle grote gebouwen van de stad lieten hij in vlammen opgaan, zodat alle kostbaarheden verloren gingen. Iedereen die aan het zwaard ontkomen was, liet hij naar Babel in ballingschap wegvoeren; ze moesten hem en zijn zonen als slaven dienen, totdat het Perzische rijk aan de macht kwam. Zo ging het woord dat de Heer door Jeremia gesproken had in vervulling: ‘Het land zal zijn sabbatjaren vergoed krijgen!’ Het land bleef al die tijd braak liggen en rustte uit, zeventig volle jaren lang.
          Het decreet van kores
In het eerste regeringsjaar van Kores, de koning van Perzië, liet de heer de voorspelling die Hij door Jeremia gedaan had in vervulling gaan. Hij gaf Kores, de koning van Perzië, in, om in heel zijn koninkrijk, mondeling en per brief, een boodschap te doen uitgaan, met de volgende woorden: ‘Zo spreekt Kores, de koning van Perzië: De heer, de God van de hemel, heeft mij alle koninkrijken van de aarde geschonken. Hij heeft mij opgedragen om voor Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda. Laten al degenen onder u die tot zijn volk behoren, onder de hoede van de heer hun God, terugkeren.’

Evangelie: Johannes 3, 14-21

Jezus en Nikodemus
Maar evenals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, zo moet ook de Mensenzoon omhoog worden geheven, zodat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven bezit. Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit. Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar om door Hem de wereld te redden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar wie niet gelooft is al veroordeeld, omdat Hij niet geloofd heeft in de naam van de eniggeboren Zoon van God. En dit oordeel bestaat hierin: het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen waren meer gesteld op de duisternis dan op het licht, omdat hun daden slecht waren. Wie kwaad doet, haat het licht: hij komt niet naar het licht toe, want dan worden zijn daden openbaar gemaakt; maar wie de waarheid doet, komt wel naar het licht toe, want dan zal blijken dat zijn daden in God zijn verricht.’

Archief preken