Kies uw kerk

Preek van de week

2022-09-18. Delen met wie er om vragen

25ste zondag door het jaar, C

 

          Eerste lezing: Amos 8, 4-7
          Evangelie: Lucas 16, 1-13

Ik zie voor me rentmeesters en rentmeesteressen. Want dat zijn wij, gelovige mensen. We ontvangen leven, goederen, onderwijs, vorming en geloof van een vorige generatie. Wij doen er iets mee, en geven dit alles door aan een volgende generatie. Verandert natuurlijk, gebruikt, soms misbruikt, soms gaat er ook iets verloren. We zijn niet zozeer bezitters, mensen die kunnen zeggen: 'Dit is van mij en wel voor goed en eeuwig'. Of erger nog: 'Dit is van jou, maar ik wil dat ook hebben'.

We zijn veeleer beheerders, mensen die tijdelijk de aarde bewonen, beheren en verzorgen. Dat is ook de eerste betekenis van het woord 'mammon' in het evangelie. Mammon is het werkmateriaal, datgene wat je in handen hebt en waarmee je iets moet doen. 

De profeet Amos uit de achtste eeuw vóór Christus klaagt aan: je gebruikt elke minuut om je bezit te vergroten. De handel gaat voortdurend door. Je knoeit met de waarde van het geld en de maten. De armen gebruik je als arbeidskrachten voor bijna niets. In de tijd van Amos was het goede economie dat je grenzen aan handel en productie, en dus aan je begeerte, stelde. Je had eerder een zekere onderproductie!

Mensen leerden te leven met beperkingen en grenzen. Dat alles hebben wij over boord gegooid. We zijn rijker geworden dan ooit tevoren en die rijkdom heeft ons vindingrijk gemaakt om nog grotere rijkdom te verwerven. Maar op de hele wereld, maar ook in ons land, is de grauwe armoede ook spectaculair gestegen.

Het is niet alleen materiële goederen die je kunt gaan bezitten in plaats van te beheren. Ook posities, en geestelijke goederen kun je tot een bezit maken en tot een machtsinstrument.

Lucas 16, 1-13

Lucas 16, 1-13

Want we leven al in een bezitterige, onrechtvaardige wereld. Die beïnvloedt ons. In de evangelielezing is niet alleen de rentmeester onrechtvaardig, een oplichter, dat zijn ook de pachters die zijn advies volgen. Ook de eigenaar heeft boter op zijn hoofd: hij kan alleen maar rijk zijn geworden door te doen wat Amos heeft verboden.

Vreemd dat Jezus in het evangelie die slechte rentmeester, prijst. Niet om zijn onrechtvaardigheid, maar om zijn slimheid, creativiteit, durf. Waarom zijn de kinderen van de duisternis slimmer? Omdat, denk ik, het om hun eigen zaak gaat. Ze hebben iets te verliezen. Zij zijn bezitters - dat maakt hen vindingrijk en meedogenloos.

Om te besluiten. Wij, die rentmeesters zijn, moeten echter vindingrijk en slim worden, alsof we bezitters zijn. Alsof het onze eigen zaak is, terwijl het allereerst Gods zaak is. Dat roept een grote spanning op en die kan ons heel creatief en vindingrijk maken. Deze vindingrijkheid hebben we zeer nodig - in al die vastgelopen en onrechtvaardige situaties waarin we leven: de economie, de politiek, de oorlog. Niet zoals van oplichters, maar als van mensen die anderen tot zegen zijn, vrucht dragen en die niet willen bezitten, maar uitdelen aan allen die erom vragen.

 

          Amen

Afbeelding: Gleichnis vom untreuen Verwalter

Titel: Gelijkenis van de ontrouwe rentmeester
          Door: Marinus van Reymerswale (ca. 1490 - ca 1546)
          Datum:. ca. 1540
          afmetingen: 77 x 96,5 cm
          Techniek: Schildering op Eikenhout
          Locatie: Kunsthistorisch Museum Wenen, Gemäldegalerie


Een rijke man - hij wordt hier links op de voorgrond geplaatst - gebiedt zijn rentmeester ter verantwoording, die zijn bezit had verduisterd en dus niet langer meer voor hem zou kunnen werken. Bewust dat hij ongeschikt is om zwaar werk te doen en voor bedelen te trots was, laat hij een aantal pachters van zijn meester hun schuldovereenkomst verkleinen, om zo goed voor zijn meester te kunnen staan. Die scène is te zien in de rechter bovenhoek van het schilderij, waar de rentmeester , als een gewone man, met hoofddeksel, de schuldbekentenis terugbrengt tot kleinere bedragen.

Zie de wijsvinger van de rentmeester die naar de hemel wijst, terwijl de rijke man, zichtbaar in welvaart met zijn kostbare kleding, zijn indrukwekkende hoofddeksel, evenals zijn gouden zegelring, met zijn rechterhand wijst naar zijn aardse bezittingen, om opheldering.

Amos 8, 4-7

Vierde visioen
Hoor dit, u die strikken spant voor de armen, om de misdeelden in het land uit te roeien; u die redeneert: ‘Wanneer is de nieuwe maan voorbij? Dan kunnen wij ons koren verkopen! En de sabbat? Dan kunnen wij ons graan uitstallen! Dan verkleinen wij de efa en vergroten wij de sikkel en bedriegen wij met een vervalste weegschaal. Dan kopen wij de misdeelde voor geld, de arme voor een paar schoenen, en verhandelen wij zelfs het kaf van ons koren.’ De Heer heeft gezworen bij de trots van Jakob: ‘Hun daden zal Ik nooit vergeten!

Evangelie: Lucas 16, 1-13

Gelijkenis van een onrechtvaardige rentmeester. Spreuken over God en de geldduivel
Hij zei ook, nu tegen zijn leerlingen: ‘Een rijk man had een rentmeester, maar hij kreeg klachten dat die zijn bezit verkwistte. Hij riep hem bij zich en zei: “Wat hoor ik daar over u? Ik wil dat u rekenschap aflegt, want zo kunt u geen rentmeester blijven.”? De rentmeester zei bij zichzelf: “Wat moet ik doen? Mijn heer ontneemt mij het beheer. Spitten kan ik niet, en bedelen, daar schaam ik me voor. Ik weet al wat ik moet doen om te zorgen dat ze me, na mijn ontslag als rentmeester, in hun huis ontvangen.”? Een voor een liet hij de pachters van zijn heer bij zich komen. Tot de eerste zei hij: “Hoeveel ben je mijn heer schuldig?”? Die antwoordde: “Honderd vaatjes olijfolie.”? Hij zei: “Hier is het contract, ga zitten en maak er vlug vijftig van.”? De volgende vroeg hij: “En jij, hoeveel ben jij hem schuldig?”? Die antwoordde: “Honderd zakken tarwe.”? De rentmeester zei tegen hem: “Hier is je contract, maak er tachtig van.”? De heer prees de gewiekste aanpak van de onrechtvaardige rentmeester. De kinderen van deze wereld gaan onderling immers handiger te werk dan de kinderen van het licht. Ook Ik zeg jullie: maak je vrienden met behulp van de geldduivel; als die je dan ontvalt, zullen ze je ontvangen in de eeuwige tenten. Wie betrouwbaar is, is betrouwbaar in het klein en in het groot, en wie in het klein onrecht doet, doet het ook in het groot. Als jullie met de geldduivel onbetrouwbaar zijn geweest, wie zal jullie dan het ware goed toevertrouwen? En als jullie niet te vertrouwen zijn geweest met andermans goed, wie zal jullie dan toevertrouwen wat jezelf toebehoort? Geen knecht kan twee heren dienen, want hij zal of de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt niet tegelijk God dienen en de geldduivel.’

Archief preken