Kies uw kerk

Preek van de week

2024-01-21. Geroepen worden

Preek 3de zondag van het jaar, B

          Eerste lezing: Jona 3, 1-5, 10
          Evangelie: Marcus 1, 14-20

Beste medegelovigen. De eerste woorden van Jezus die Hij spreekt in het evangelie volgens Marcus hoorden we zojuist: “'De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap”. Een heel kort zinnetje. En wat zien we? De eerste apostelen. De eerste vier worden geroepen.

Het gaat vandaag in de Schriftlezingen over geroepen worden over roeping. Jona, de profeet mocht van God een roeping ontvangen, maar hij deinsde ervoor terug. Hij wilde vluchten. Hij wilde niet gehoorzamen aan God. Maar God weet hem opnieuw te vinden bij zijn vlucht. En dan geeft God hem de opdracht Ga naar Ninevé, die verdorven stad. Ninevé in het grote Perzische Rijk in het huidige Irak. Een verdorven stad, zo merkt de. Evangelist, maar in dit geval de schrijver van de eerste lezing uit het boek Jona, op. Een verdorven stad. Maar Jona neemt de opdracht aan. Hij gaat naar Ninevé en wonderbaarlijk slaagt die opdracht.

Er is veel wat verkeerd gaat in Ninevé. Maar door de getuigenis van de profeet heeft hij succes en de stad bekeert zich. De mensen veranderen hun gedrag ten goede. Die roepstem. Die ook vanuit Jezus klinkt om zijn eerste twaalf apostelen te benoemen, uit te zoeken als zijn getuigen. En nog steeds is er die roepstem van de Heer. Jonge studenten zijn eens in Rome begonnen met de Sant'Egidio gemeenschap. En later zijn er vestigingen gekomen. Bijvoorbeeld in Antwerpen, Amsterdam en Apeldoorn.

En als je aan de leiding van die gemeenschappen vraagt. Hoe kan het dat er steeds nieuwe mensen bijkomen? Hoe kan het dat ze ook in de vieringen meebidden en een paar keer per week in de parochiekerk de eucharistie meevieren? Hoe kan dat? Hoe werven jullie mensen? En dan zeggen ze heel eenvoudig wij zijn uitnodigend. Wij kijken mensen aan en zeggen komt en ziet. Volg mij. In de naam van Jezus klinkt dan die oproep nog steeds iedere dag opnieuw.

Marcus 1, 14-20

Marcus 1, 14-20

De roepstem van de Heer klinkt. En met de woorden van Jezus in het evangelie van vandaag. ‘De tijd is vervuld. Het Rijk Gods is nabij’. Het is nabij. Het is er nog niet. Die ideale wereld van volop gerechtigheid en vrede, Gods wereld. Want als we om ons heen kijken, dan zien we. Wat mensen ervan maken. Het Rijk Gods is nabij. Het is er nog niet helemaal. Het kan er komen. Als wij eraan werken, Als wij die mensen zijn die laten zien wat geloof, hoop en liefde waard zijn. En daarbij heeft ieder zijn eigen perceeltje, zijn eigen tuintje. Je gezin, je familie, je werk, de parochie. Ieder doet een stukje zorgen voor die tuin van God. We kunnen niet de ballast van heel de wereld op onze schouders dragen. Maar in dat kleine stukje waar wij mens zijn, medemens zijn, kunnen we heel veel doen. Kunnen we die boodschap van Jezus handen en voeten geven in ons dagelijks leven?

U kent misschien het tv programma College Tour van Twan Huys. En als een soort formule op het eind van iedere aflevering, dan vraagt hij aan de gast. “Wat zou u de jonge studenten van nu, de jonge mensen van nu meegeven? Wat wilt u hen vertellen?” En meestal wordt er dan zoiets gezegd als ‘Ja, ieder moet zijn eigen weg gaan. Ieder moet doen, wat zijn eigen weg is. Die weg moet je volgen’.

Paus Franciscus schrijft in zijn brief over de vreugde van het evangelie. Dat het geloof in Jezus en Zijn roepstem beantwoorden ons juist optilt boven onszelf, ons eigen ego, het egoïsme misschien van ons eigen kringetje wordt overstegen als we luisteren naar de roepstem van de Heer en aandacht hebben voor het vertrouwen in God en voor de liefde voor de medemens. Dat zou misschien het antwoord van paus Franciscus kunnen zijn als hij te gast is bij College Tour.

Wat wilt u de jonge mensen van vandaag meegeven? Volg de roepstem van de Heer die je optilt uit je eigen onvolkomenheden, uit je eigen kringetje en je oog laat hebben voor de werkelijkheid die groter is dan het alledaagse, de werkelijkheid die je verbindt met God en medemensen. En zo kunnen geloof, hoop en liefde in ons midden groeien. Als ieder van ons. Maar zorg heeft voor zijn eigen perceeltje. In de tuin van God.

           Amen

Afbeelding: Roeping van de zonen van Zebedeüs

          Schilder: Marco Basaito (ca. 1470 -. 1530)
          Te bezichtigen in: Gallerie dell'Accademia te Venetie.
          Techniek: Olie op paneel
          Afmetingen (HxB): 386 x 268 cm
          Datum: 1510


Wat meteen opvalt, is de grandioze compositie van warme, heldere kleuren. Het opmerkelijke brede landschap wordt ingesloten door muren en rotsen. Er zijn veel vissers. Christus staat tussen Petrus en Andreas, zijn hand is in zegening naar de knielende Jacobus. Achter Jacobus staat zijn broer Johannes, en in het voorschip van hun vissersboot, uiterste rechts, hun vader Zebedeüs. Allen, behalve Christus, die in een lang gewaad staat, hebben ontblote benen. Het tafereel is geschilderd in fel zonlicht van rechts

Jona 3, 1-5, 10

 Jona’s optreden in Nineve
Nu werd het woord van de Heer voor de tweede maal tot Jona gericht: “Sta op, ga naar Nineve, de grote stad, en kondig haar aan wat Ik u te zeggen heb gegeven.”? En Jona stond op en ging naar Nineve, zoals de Heer bevolen had. Nineve was een geweldig grote stad, drie dagen had men nodig om er doorheen te trekken. Jona ging de stad in, een dagreis ver. Toen riep hij: 'Veertig dagen nog, en Nineve wordt met de grond gelijk gemaakt!' Maar de Ninevieten zochten hun steun bij God; zij riepen een vasten uit en iedereen, van groot tot klein, trok boetekleren aan.
En God zag wat zij deden; Hij zag dat zij terugkwamen van hun slechte wegen. En God kreeg spijt, dat Hij hen met dat onheil bedreigd had. Hij bracht het niet ten uitvoer.

Evangelie: Marcus 1, 14-20

Roeping van enkele vissers
Nadat Johannes was gevangen genomen, ging Jezus naar Galilea de goede boodschap van God verkondigen en zei: 'De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.' Toen Hij eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij Simon en Simons broer Andreas op het meer hun netten uitgooien; want het waren vissers. Jezus sprak hen aan: 'Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken.' En meteen lieten zij de netten achter en volgden Hem. Een eindje verder zag Hij Jacobus, de zoon van Zebedeüs en zijn broer Johannes; ze waren in hun boot hun netten aan het klaren. Meteen riep Hij hen; en ze lieten hun vader Zebedeüs met zijn dagloners in de boot achter en gingen achter Hem aan.

Archief preken