Kies uw kerk

Preek van de week

2019-09-08. Het goede gesprek

        23ste zondag door het jaar, C

 

Eerste lezing: Boek der Wijsheid 9, 13-18

Evangelie: Lucas 24, 25-33

Aan het begin van het nieuwe werkjaar, willen we samen nadenken over wat er voor nodig is om een gesprek, een goed en waardevol gesprek te laten zijn. De elementen die daar voor nodig zijn worden ons in de lezingen die voor vandaag zijn uitgekozen, aangereikt.

In het verhaal van de Emmaüsgangers leert Jezus ons in drie eenvoudige stappen waar een goed gesprek uit bestaat. Dit is: - meelopen, - luisteren en – spiegelen. Laten we eens kijken.

De leerlingen waren zo gelukkig geweest. Zij wisten zich bemind en ze beminden. Jezus was in hun leven gekomen, voor hen een godsgeschenk. Ze gingen anders naar zichzelf kijken en naar elkaar, en naar de wereld. En dat is nu allemaal voorbij. Jeruzalem heeft haar profeet gedood en hun toekomst.

De twee op weg naar Emmaüs hebben niets meer van het leven te verwachten, het is over en uit. Wie door verdriet of blindheid is bevangen, kan geen visioen zien, geen uitgestrekte hand. Jezus begrijpt dit, Hij doet niets anders dan meelopen en luisteren. Onbevooroordeeld! Hun verdriet is echt en mag er zijn. Maar daar blijft het niet bij, want dan zou het al gauw worden als mee huilen in het bos.

Doordat Jezus eerst meeloopt en heel goed luistert, heeft Hij zich kunnen inleven in hun verdriet en moedeloosheid. Hij komt niet met goede raad of goed bedoelde adviezen. Wat Hij wel doet is heel bijzonder. Hij gebruikt hun eigen woorden en gedachten, en spiegelt deze in een perspectief voor de toekomst. Dit geeft zoveel ruimte in de gedachten en harten van de twee Emmaüsgangers, dat ze spontaan de vreemdeling vragen om te blijven.

Lucas 24, 13-35

Lucas 24, 13-35

De uiteindelijke clou van de gebeurtenis is, dat ze Jezus niet herkennen aan zijn woorden, maar aan wat Hij doet!

Paulus, in de eerste lezing, laat zien dat hij een goede leermeester heeft gehad. Omwille van Jezus en het evangelie, sluit hij aan bij zijn gehoor, de mensen uit zijn omgeving. Hij doet en zegt wat zij doen en zeggen. Op deze manier loopt hij mee, luistert en spiegelt hij!

Wat mogen wij meenemen? Willen wij het komende werkjaar met elkaar en met alle mensen die we ontmoeten het goede gesprek aangaan, dan worden we uitgenodigd de drie eenvoudige stappen van Jezus in praktijk te brengen. Loop met elkaar me. Denk niet te snel dat je het al weet, of beter weet. Luister onvoorwaardelijk! Niet de eigen geschiedenis telt, maar dat wat de ander heeft meegemaakt. En als laatste, gebruik de woorden van degene waarnaar je luistert. Zeg niet dat je het wel begrijpt, maar laat zien dat je oprecht begaan bent. Dit meelopen zorgt voor herkenning en herkenning geeft perspectief.

Laten we elkaar voor het komende werkjaar de gave van het goede gesprek toewensen.

 

Amen

Boek der Wijsheid 9, 13-18

        Gebed om wijsheid
Welke mens kent Gods raadsbesluit of wie vermoedt wat de Heer wil? Want armzalig is het denken van de stervelingen en wankel zijn onze overwegingen. Het vergankelijke lichaam bezwaart de ziel en de aardse tent is een last voor de geest met vele gedachten. Wij vermoeden amper de dingen op aarde; zelfs wat voor de hand ligt ontdekken wij maar met moeite: wie speurt er dan na wat er in de hemelen is? Wie zou uw raadsbesluit gekend hebben, als U de wijsheid niet had gegeven en uw heilige geest niet uit de hemel had gezonden? Zo zijn de paden recht gemaakt van degenen die de aarde bewonen; zo hebben de mensen geleerd wat U aangenaam is, en zijn zij gered door de wijsheid.’

Evangelie: Lucas 24, 13-35

        Gesprekken op weg naar Emmaüs; Jezus herkend
Juist op die dag waren twee van hen op weg naar het dorp Emmaüs, dat zestig stadiën van Jeruzalem ligt. Ze spraken met elkaar over alles wat voorgevallen was. Terwijl ze met elkaar in discussie waren, voegde Jezus zelf zich bij hen en liep met hen mee. Maar hun ogen waren niet bij machte Hem te herkennen. Hij sprak tot hen: ‘Waarover lopen jullie zo druk met elkaar te praten?’ Met sombere gezichten bleven ze staan. Een van hen, die Kleopas heette, gaf Hem ten antwoord: ‘Bent U dan de enige inwoner van Jeruzalem die niet weet wat daar de afgelopen dagen is gebeurd?’ ‘Wat dan?’ vroeg Hij. Ze zeiden Hem: ‘Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret. Hij was een profeet, machtig in woord en daad in de ogen van God en van heel het volk. Onze hogepriesters en leiders hebben Hem overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen, en ze hebben Hem zelfs gekruisigd. En wij hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen, maar inmiddels is het al de derde dag sinds dat gebeurd is. Wel hebben enkele vrouwen uit onze kring ons versteld doen staan. Die waren vanmorgen vroeg naar het graf gegaan en toen ze zijn lichaam daar niet aantroffen, kwamen ze terug met het verhaal dat ze ook nog een verschijning hadden gehad van engelen die zeiden dat Hij leeft. Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan en het bleek zo te zijn als de vrouwen gezegd hadden, maar Hem hebben ze niet gezien.’ Toen zei Hij tot hen: ‘Wat zijn jullie toch onverstandig en traag van begrip als het gaat om het geloof in alles wat de profeten hebben gezegd! Moest de Messias niet zo lijden en dan zijn heerlijkheid binnengaan?’ En Hij legde hun uit wat in heel de Schrift op Hemzelf betrekking had, te beginnen bij Mozes en alle Profeten. Toen ze bij het dorp kwamen waar ze moesten zijn, deed Hij alsof Hij verder wilde gaan. Maar met aandrang vroegen ze: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt al ten einde.’ Toen ging Hij mee naar binnen om bij hen te blijven. Eenmaal met hen aan tafel nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun. Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem, maar meteen was Hij uit hun gezicht verdwenen.

Archief preken