Kies uw kerk

Preek van de week

2017-07-23. Menslievendheid

Preek 16de zondag van het jaar, A

 

Eerste lezing:​ Boek der Wijsheid 12, 13. 16-19

Evangelie: Matteüs 13, 24-43

De eerste lezing van vandaag is erg ingewikkeld. Uiteindelijk wil ik deze lezing vandaag samenvatten in het woord: ‘menslievendheid’. Daarom, lieve mensen, val ik vandaag ook maar meteen met de deur in huis. Mijn vraag aan u: Kan een rechtvaardige ook zondigen en kan een zondaar ook rechtvaardig zijn?

Stel je voor, iemand is een oplichter en een dief, maar daarnaast zorgt hij ook liefdevol voor zijn oude moeder, zou het dan niet erg zijn dat alleen het verkeerde zou tellen en niet het goede?
En omgekeerd, als een rechtvaardig en goed mens nou eens tot oplichting en diefstal in staat was, telt dan de rechtvaardigheid niet meer, alleen de oplichting en diefstal?
Met andere woorden: blijf je altijd dezelfde? Stel je voor dat je voor altijd vastgelegd wordt op je zwaktes, je fouten uit het verleden? Heb je dan nog een toekomst?

In de eerste lezing horen we dat God alles kan en toch oordeelt Hij zachtmoedig en regeert Hij op milde wijze. Door zó te handelen -zachtmoedig dus- heeft God zijn volk geleerd dat rechtvaardigen menslievend moeten zijn. In dít gedeelte van de lezing worden Gods almacht en Gods mildheid bezongen. Het is een les: rechtvaardigen moeten menslievend zijn. Ook de machtigen onder de mensen moeten menslievend zijn.
Menslievendheid wil niet zeggen dat we ons blind moeten houden voor iemands fouten. Menslievendheid wil zeggen dat we met iemand moeten omgaan zoals wijzelf behandeld willen worden. Het gaat om recht doen, maar zonder iemand af te schrijven. 

Mensen, Gods schepselen, hebben van alles wat, van het goede en van het kwade. Ook zij die opgesloten moeten worden in gevangenissen en tbs-inrichtingen. Nu kunnen we zeggen: dat is wel heel onrealistisch, zo'n kijk. Boontje komt om zijn loontje! We moeten reëel zijn, ja toch!

Mattheus 13, 24-43 (25)

Mattheus 13, 24-43 (25)

Toch moeten rechtvaardigen menslievend zijn en zich elke dag afvragen of iemand die tot veel slechts in staat is, niet ergens ook een verlangen heeft naar geluk, naar het goede. Waarom? Omdat wij állen door God gewild zijn? En dat ieder mens het verlangen naar God ingeschapen heeft gekregen?

De dagelijkse kijk, zegt; dat is niet realistisch, maar deze niet realistische kijk laat ruimte voor hoop. De hoop en het vertrouwen dat ieder mens diep van binnen een goddelijke vonk heeft behouden en een menslievend wezen is.

 

Amen

Afbeelding: De gelijkenis van het onkruid tussen het graan

        Door: Abraham Bloemaert (1566 – 1651)        

Afmetingen (HxB): (100 × 133 cm) — 1624

Techniek: olieverf op doek

Datum: 1624

Te bewonderen in: Walters Art Museum, Baltimore

In deze gelijkenis zaait de duivel, die door zijn horens en staart wordt geïdentificeerd, onkruid in het veld waar de tarwe is geplant, terwijl de luie (een van de zeven hoofdzonden!) boer en boerin slapen.

Bloemaert was begaafd in het afbeelden van natuurlijke details, maar schilderde nooit pure landschappen, liever schilderijen met een les. Hij was een van de toonaangevende kunstenaars van Utrecht en trainde vele grote artiesten van de volgende generatie.

boek der Wijsheid 12, 13. 16-19

        Bestraffing van Kanaän
Buiten U is er immers geen God die zorg draagt voor iedereen, zodat U zou moeten bewijzen dat U niet onrechtvaardig gevonnist hebt.
        Gods kracht
Want uw kracht is de bron van de gerechtigheid en uw heerschappij over iedereen maakt dat U iedereen spaart. Waar niet wordt geloofd in de volkomenheid van uw macht, daar toont U uw kracht en bij degenen die haar kennen beschaamt U de vermetelheid. U hebt de heerschappij over de kracht, U oordeelt met zachtheid en regeert met grote mildheid over ons, want wanneer U maar wilt, staat de macht tot uw dienst.
        Gods les: gelegenheid tot inkeer
Door zo te doen hebt U uw volk geleerd dat de rechtvaardige menslievend moet zijn en hebt U uw zonen goede hoop gegeven dat U gelegenheid tot inkeer geeft waar gezondigd wordt.

Evangelie: Matteüs 13, 24-43

        Gelijkenissen van het Koninkrijk
Nog een gelijkenis hield Hij hun voor: ‘Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met iemand die goed zaad op zijn akker had gezaaid. Toen iedereen sliep, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging weer weg. Toen het gewas opschoot en vrucht zette, kwam ook het onkruid tevoorschijn. De knechten van de eigenaar kwamen hem zeggen: “Heer, hebt u geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” Hij zei hun: “Een vijandig mens heeft dat gedaan.” De knechten vroegen hem: “Zullen we het er dan maar uit gaan halen?” Maar hij zei: “Nee, want als jullie het onkruid eruit halen, trek je tegelijk de tarwe eruit. Laat ze samen opgroeien tot de oogst, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Haal eerst het onkruid bijeen en bind het in bussels om het te verbranden, maar verzamel de tarwe in mijn schuur.” ’ Nog een gelijkenis hield Hij hun voor: ‘Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met een mosterdzaadje, dat iemand op zijn akker zaaide. Dat is wel het kleinste van alle zaden, maar als het is opgeschoten, is het groter dan de struiken en wordt het een boom, zodat de vogels van de hemel in zijn takken komen nestelen.’ Nog een gelijkenis vertelde Hij hun: ‘Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met zuurdesem, die door een vrouw in drie maten meel werd verwerkt, totdat het er helemaal van doortrokken was.’ Dat alles vertelde Jezus in gelijkenissen aan de menigte en zonder gelijkenis vertelde Hij hun niets. Zo werd vervuld wat gezegd is bij monde van de profeet: Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, Ik zal uitspreken wat verborgen was vanaf de grondvesting van de wereld.
        Uitleg en andere gelijkenissen
Toen stuurde Hij de menigte weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij Hem en zeiden: ‘Leg ons het beeld uit van het onkruid op de akker.’ Hij antwoordde: ‘De zaaier van het goede zaad is de Mensenzoon. De akker is de wereld. Het goede zaad, dat zijn de kinderen van het koninkrijk. Het onkruid, dat zijn de kinderen van de boze. De vijand die het zaaide, is de duivel. De oogst is de voleinding van de tijd en de maaiers zijn de engelen. Zoals nu het onkruid bijeen wordt gehaald en in het vuur verbrand wordt, zo zal het zijn bij de voleinding van de tijd. De Mensenzoon zal zijn engelen uitsturen en die zullen uit zijn koninkrijk allen bijeenbrengen die anderen ten val brengen en onrecht bedrijven, en ze zullen hen in de vuuroven gooien. Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft, moet horen.

Archief preken