Kies uw kerk

Preek van de week

2019-09-01. Je plaats aan tafel

        22ste zondag door het jaar, C

 

Eerste lezing: Jezus Sirach 3, 17-18. 20. 28-29

Evangelie: Lucas 14, 1. 7-14

Het verhaal van Lukas gaat over je plaats aan tafel. Ik denk dat hij bedoelt aan de tafel van de mensheid, wereldwijd, maar ook in de kring van mensen met wie je leeft. Het heeft te maken met eigendunk, zoals de eerste lezing zegt. Je wilt gezien worden. En wie we zijn willen we nog wel eens afmeten aan de ander, van wie we vooral de negatieve kanten kennen.

Jezus merkt op, dat velen geneigd zijn de beste plaats uit te kiezen; men heeft allerlei redenen om zich boven een ander te voelen staan. Functie, huis, auto, welvaart. We kijken ook liever neer op een ander dan dat we tegen iemand op zien. Deze - misschien wat natuurlijke neigingen – worden door Jezus met een enkele zin afgedaan: "al wie zich verheft zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert zal verheven worden". Aan de tafel van de mensheid gelden andere normen dan wij gewend zijn. Het gaat er daar om wat ik en jij aan menselijkheid hebben opgebouwd. Het gaat er daar om of je groot bent in de ogen van God.

Nu zijn die woorden van Jezus: "al wie zich verheft zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert zal verheven worden" ook vaak gebruikt om mensen klein te houden. Je mag in de kring van mensen die je kennen geen pretenties hebben. We kennen toch je ouders en wat was er ook weer met je broer? Maar het kan ook heel subtiel: We zeggen bijv. nog steeds: Ik ben hoogopgeleid en jij laagopgeleid. En dus verdien je minder. Ik mag bovendien werken op een kantoor met airco en jij moet werken in de hete zon.

Het mag duidelijk zijn, dat Jezus dat zeker niet bedoeld heeft. Hij wil mensen zeker niet klein maken, maar hij zoekt naar hun ware grootheid. Wie ben je geworden als mens?

Lucas 14, 07-14

Lucas 14, 07-14

Het gaat Hem erom dat we met beide benen op de grond staan, eerbied hebben voor de eigenheid van de ander, schuld durven bekennen en ons vol ontzag buigen voor God, het geheim dat ons leven draagt en te boven gaat. Het gaat Jezus om mensen die zichzelf durven zijn en zien dat macht en aanzien bezitten vaak betekent: anderen uitbuiten en kleinhouden. Waar het Jezus ten diepste om gaat is: zien en erkennen waar mijn levenswijze vaak ten koste gaat van een ander.

Een ereplaats aan de tafel van de mensheid moet je verdienen. En tegelijkertijd moet je zoals de eerste lezing zegt je niet laten voorstaan op alles wat je gekregen hebt of je is toegevallen.

Jezus houdt ons een spiegel voor. En pas wanneer je bereid bent in die spiegel te kijken zie je welke plaats aan zijn tafel je toekomt.

 

Amen.

Jezus Sirach 3, 17-18. 20. 28-29

        Bescheidenheid
Wat je doet, mijn kind, doe dat met zachtheid en je zult meer bemind worden dan iemand die geschenken geeft. Hoe hoger je staat, des te kleiner moet je je maken, en je zult genade vinden bij de Heer.
Want groot is de barmhartigheid van de Heer en aan de nederigen toont Hij zijn geheimen.
Voor de kwaal van de hoogmoedige bestaat geen genezing, want de plant van de slechtheid heeft wortel geschoten in hem. Het hart van de verstandige mens denkt na over de spreuken; wat de wijze voor zichzelf wenst is een oor dat luistert.

Evangelie: Lucas 14, 1. 7-14

        Genezing van een waterzuchtige op sabbat
Op een sabbat ging Hij bij een van de leiders van de farizeeën thuis eten; zij letten scherp op Hem.

De ereplaats
Omdat Hij zag hoe de genodigden de ereplaatsen uitzochten, hield Hij hun een gelijkenis voor: ‘Wanneer u op een bruiloft bent genodigd, ga dan niet op de ereplaats zitten. Misschien heeft de gastheer iemand uitgenodigd die belangrijker is dan u, en dan zal hij naar u toe komen en zeggen: “Sta uw plaats aan hem af.” Vol schaamte moet u dan achteraan gaan zitten. Ga liever, als u ergens uitgenodigd bent, achteraan zitten. Dan zal de gastheer naar u toe komen en zeggen: “Vriend, kom meer naar voren.” Dat zal een eer voor u zijn in het oog van al uw disgenoten. Iedereen immers die zich verheft zal vernederd worden, maar wie zich vernedert zal verheven worden.’

De gasten
Hij zei ook nog, nu tegen zijn gastheer: ‘Wanneer u ’s middags of ’s avonds een feestmaal geeft, roep dan niet uw vrienden bij elkaar, of uw broers, of uw familie, of rijke buren. Die zouden u op hun beurt uitnodigen, om iets terug te doen. Nodig liever, als u een feest aanricht, armen uit, gebrekkigen, kreupelen en blinden. Wat een geluk voor u dat zij er niets tegenover kunnen stellen. Want het zal u teruggegeven worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’

Archief preken