Kies uw kerk

Preek van de week

2015-06-14. Met zorg en toeleg

Preek 11de zondag van het jaar, B

Eerste lezing: Ezechiël 17,22-24

Evangelie: Marcus 4,26-34

Jezus verkondigt in het evangelie op diverse plaatsen over het Rijk Gods. Hij weet goed waar Hij het over heeft. Toch kan Hij voor zijn gehoor niet anders dan spreken in gelijkenissen, beelden. Hoe leg je uit wie of wat God is, en doet, of juist niet doet? Wel is het zo dat de leerlingen later nadere uitleg krijgen. Wat leren we hier uit? Het is goed om veel te weten over God en Jezus, maar alles is niet noodzakelijk om toch een goede leerling, volgeling, christen te zijn.

Toch weer terug naar het Rijk Gods. Het blijkt er niet te komen door wetenschap en techniek, ook niet door organisatie, een vakbond of een regering. Op eigen kracht kunnen de mensen het ook niet tot stand brengen. Het komt op ons af, we krijgen het. Het is het werk van God zelf. En toch komt het ook niet zo maar uit de lucht vallen. Over deze bijzondere samenhang en samenwerking tussen God en mensen, wil een gelijkenis ons iets verduidelijken. God gaat immers heel anders te werk dan wij mensen. Vooral dat ‘anders dan wij’ mag voortdurend in het oog gehouden worden. In vergelijking met wat wij nuttig, efficiënt en zinvol vinden, doet God vaak ‘eigen-zinnig’.

Zo bijvoorbeeld met die man die zijn land bezaait. Hij doet zijn werk. Als je bedenkt wat er allemaal nog moet gebeuren voor er geoogst kan worden, doet de landbouwer eigenlijk maar heel weinig. Maar dat weinige wat hij hoeft te doen, doet hij wel met zorg en toeleg. Het belangrijkste, het groeien van de halm en het wassen van het graan kan hijzelf niet zorgen. Hij begrijpt ook niet hoe het allemaal in z’n werk gaat. Hij is echter wijs genoeg om dat aan de natuur, aan God over te laten. Voor dat vertrouwen van de mens in de groeikracht van het Rijk Gods, gebruikt Jezus het sterke beeld van het aller kleinste zaadje, het mosterdzaadje.

De gelijkenis wil ons gevoelig maken voor Gods manier van werken. Pas als we daar enig besef van hebben, kunnen we met Hem meewerken, of in ieder geval op zijn minst Hem niet tegenwerken. Dat is wat Jezus wil bereiken, dat zijn toehoorders met zorg en toeleg feeling krijgen voor Gods mysterie en zijn eigen manier van werken. Alleen op deze manier kan de mens voorbereidt worden om te werken, samen met God.

De gelijkenissen zijn geen raadsels en ook geen zoethouders voor mensen. Het is wel de enige manier om iets te kunnen snappen van dat Rijk van God. De gelijkenissen geven ons geen uitleg over het Rijk Gods, maar wel een inkijkje. Een inkijkje waarbij zorg en toeleg nooit afwezig mogen zijn.

 

Amen

Lidwina valt op het ijs (1890)

Schilder: (Jan Dunselman (1863 - 1931)

Te bewonderen in: Liduina Basiliek Schiedam, Nederland

 

Liduina werd geboren op Palmzondag en groeide op in een gezin met acht broers. Op 12-jarige leeftijd werd ze ten huwelijk gevraagd, maar ze wees dit aanbod resoluut af omdat ze haar leven aan God wilde wijden. Op 15-jarige leeftijd ging ze samen met vriendinnen schaatsen op de dichtgevroren Maas. Ze viel en brak daarbij een rib, waarna ze koudvuur opliep. Ze bleef hierdoor de rest van haar leven verlamd en aan bed gekluisterd.

Lidwina op het ijs

Lidwina op het ijs

Liduina beleefde visioenen, waarin zij samen met haar engelbewaarder Rome, het Heilig Land, hemel, hel en vagevuur bezocht. Tijdens één van haar reizen naar het paradijs zag zij een rozenstruik. Haar engelbewaarder gaf haar een tak en vertelde haar, dat ze niet zou sterven voordat alle rozen uitgekomen waren. Pas na achtendertig jaar lijden kwam er een eind aan haar leven. Ze zag in haar laatste visioen een bloeiende rozenstruik en stierf.

Ezechiël 17, 22-24

Sedekia’s trouweloosheid
Zo spreekt de Heer GOD: Ikzelf zal uit de top van een hoge ceder een takje nemen en dat in de grond zetten; van de bovenste scheuten zal Ik een twijgje plukken en Ikzelf zal het planten op een hoog oprijzende berg; op de hoge bergen van Israël zal Ik het planten. Het zal loten voortbrengen, vrucht vormen en een prachtige ceder worden. Daaronder zullen allerlei soorten vogels nestelen; in de schaduw van zijn takken zullen ze nestelen. Dan zullen alle bomen in het veld erkennen dat Ik, de HEER, een hoge boom vernederd en een lage boom verheven heb, en dat Ik een sappige boom heb laten verdorren en een dorre boom tot bloei gebracht heb. Ik, de HEER, heb het gezegd en Ik zal het doen.” ’

Marcus 4, 26-34

Nog andere gelijkenissen
Ook zei Hij: ‘Met het koninkrijk van God gaat het als met iemand die zaad op zijn land heeft gestrooid. Hij slaapt en waakt, nacht na nacht en dag na dag, en het zaad ontkiemt en schiet op, zonder dat hij weet hoe. Vanzelf draagt de aarde vrucht, eerst de groene spriet, dan de aar, dan het graan in de volle aar. Wanneer de vrucht zover is, slaat hij er meteen de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’ Ook zei Hij: ‘Waarmee zullen we het koninkrijk van God vergelijken, of met welke gelijkenis geven we het weer? Het is als een mosterdzaadje dat in de aarde gezaaid wordt. Het is het kleinste van alle zaden op aarde, maar als het gezaaid is, komt het op en wordt het groter dan alle andere struiken en het krijgt grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’ Met veel van dergelijke gelijkenissen predikte Hij het woord, voor zover ze in staat waren het te horen. Zonder gelijkenis sprak Hij niet tegen hen, maar als ze onder elkaar waren, legde Hij zijn leerlingen alles uit.

Archief preken