Kies uw kerk

Preek van de week

2015-06-21. Aan de overkant ...

Preek 12de zondag van het jaar, B

Eerste lezing: Job. 38, 1-8.11

Evangelie: Marcus 4 ,35-41

De vlag hangt uit! En bovenaan de vlaggenstok hangt een rugzak. Precies! Geslaagd! Aan het eind van de middelbare school is het examentijd. Voor kandidaten en hun ouders is dit een spannende tijd. Je kunt slagen, dan gaat de vlag uit. Maar je kunt ook zakken. Examentijd, is als een mensenleven in een notendop.
Met hun diploma in de hand mogen ze ‘over’, naar een nieuwe opleiding, een nieuwe wereld. Ze mogen als het ware naar de overkant.

"Laten we oversteken" zei Jezus tegen zijn leerlingen. Ze waren bij het meer van Galilea. Jezus wilde naar de andere kant van het meer. Jezus wilde ook ‘over’. Hij wilde naar ‘de overkant’. Waarom wilde Jezus dat? Wat was er aan de andere kant van het meer? Daar was ander land, daar waren andere mensen.

Het nieuwe tegemoet gaan, oversteken, zorgt voor vragen, voor spanning, soms voor onzekerheid. Gaande naar de overkant veranderde het weer en het gemoed van de leerlingen. De opkomende storm is het beeld van de storm die in de leerlingen als maar sterker wordt. Storm in hun hoofd, storm in hun hart. Het gaat mis op het meer! Het gaat mis op school, in het land, op het werk, in het gezin…! We halen het niet.
En waar is Jezus? Jezus slaapt! Jezus leert ons een hele belangrijke en wijze les. Jezus is helemaal niet in paniek. Hij doet helemaal niets. Hij rust. Hij is in diepe rust. Hij rust in God.

De leerlingen, de mensen, maar ook Job uit de eerste lezing, hebben samen nog een lang weg te gaan.
Job hoort God tegen hem praten in de storm en in de wind. Het stormde al lang in het leven Job, alles was hij kwijtgeraakt, alles wat hem lief was en is. Hij kan geen rust meer vinden, het stormt in zijn hoofd. Het zijn heldere woorden die God spreekt. Wie heeft alles gemaakt, wie heeft alles geordend, wie geeft aan alles toekomst en zin? “Tot hier en niet verder, hier breken de golven van je trots”, zegt God.

De leerlingen van Jezus zijn slim, ze laten Jezus niet langer slapen, zoals God Job niet langer laat malen. Wordt wakker, we vergaan. Maar Jezus toont hen een ander perspectief, er is een overkant! Om de overkant te bereiken, om je examen te halen heb je meer nodig dan gejammer en paniek. Wakker worden is, tijdig beginnen met studeren. In gelovig perspectief wakker worden is tijd nemen voor rust, gebed, stilte.

De leerkracht brengt het verlossende woord: “Je bent geslaagd”. God brengt aan Job het verlossende woord en Jezus aan de leerlingen: ‘Zwijg stil, demonen van de menselijke geest. Rust, vertrouw, uiteindelijk zal alles goed komen en komt de overkant weer in zicht. De vlag kan uit.

 

Amen.

Christus op het meer van Galilea (1854)

Schilder: Eugène Delacroix (1798 - 1863)            

Olieverf op canvas

afmetingen: 59.8 bij 73.3 cm

Te bewonderen in: Walters Art Museum, Mount Vernon-Belvedere, Baltimore USA

Een mooi staaltje schilderwerk, het maritieme element dat getoond wordt met een diep religieuze gedachte. Met de serene houding van de slapende Christus, badend in een bovennatuurlijk licht. Geschilderd tegen de woede van de ontketende elementen en de opwinding van de leerlingen.

Marcus 4, 35-41

Marcus 4, 35-41

Job. 38,1-8.11

Eerste antwoord van God
Toen begon de Heer in storm en wind tot Job te spreken: ‘Wie waagt het daar, mijn bestel met woordenkraam te verdoezelen? Weer u als een man, want Ik ga u vragen stellen, u geeft antwoord. Waar was u toen Ik de aarde begon te bouwen? Spreek op als u zoveel weet. Wie stelde de afmeting vast, u weet dat toch, wie bepaalde de maten? Waarop werden haar zuilen neergelaten? Wie plaatste de sokkels onder het eenstemmig gejuich van de ochtendsterren en het gejubel van alle zonen van God? Waar was u toen de zee haar poorten beukte, onstuimig los wilde breken uit de moederschoot.
En zei: “Tot hier en niet verder, hier breken uw trotse golven”?

Marcus 4, 35-41

Storm op het meer
Tegen de avond van die dag zei Hij tegen hen: ‘Laten we naar de overkant gaan.’ Ze lieten de mensen achter en namen Hem mee met de boot waarin Hij zat; er waren nog andere boten bij. En er stak een hevige storm op, en de golven sloegen over de boot, zodat die al volliep. Maar Hij lag op het achterdek op een kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden: ‘Meester, kan het U niet schelen dat wij vergaan?’ Hij stond op en bestrafte de wind en het water: ‘Zwijg, wees stil!’ En de wind ging liggen en het werd volkomen stil. Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie bang? Hebben jullie nog geen vertrouwen?’ Ze werden door schrik bevangen, en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is dat toch, dat zelfs de wind en het water naar Hem luisteren?’

Archief preken