Kies uw kerk

Preek van de week

2015-08-30. Wetten zijn er voor mensen en niet andersom.

Preek 22ste zondag van het jaar, B

Eerste lezing: Deuteronomium 4,1-2.6-8

Evangelie: Marcus 7,1-8.14-15.21-23

Waar mensen samen leven, ontstaan regels! Dit is een onbetwistbaar feit. Bijvoorbeeld: verkeersregels zijn er voor bedoeld om elkaar de ruimte te geven. Dat gaat niet als je te hard rijdt of een smalle straat van twee kanten binnen rijdt. Soms lijkt het echter dat boetes meer bedoeld zijn om geld binnen te halen voor de gemeente of het rijk, dan om mensen er op te wijzen dat zij elkaar ruimte dienen te geven.
Zo zijn ook de tien geboden ontstaan, de tien woorden van God. Deze geboden - die bij nog al wat mensen op veel onbegrip stuiten - hebben alles te maken met het onderlinge verkeer, de gedragscode tussen God en mens, en mensen onderling.

We kunnen hieruit begrijpen dat de wet bedoeld is voor het welzijn van mensen! Maar voelen wij dat ook zo? Van onze wetten en regels hangt onze beschaving af. Samen hebben we ze vast gelegd om onszelf en elkaar te houden aan een minimum aan rechtvaardigheid. De wet reikt ons een basis aan waarvan we kunnen uitgaan bij het rekening houden met anderen. Zo zorg je ervoor dat je tegenover anderen en jezelf niet in een negatieve spiraal komt.

In het Oude testament en in het huidig Jodendom, horen wij heel vaak terugkomen dat God aan mensen een wet geeft, een wet in het binnenste van hun hart legt. Die wetten zijn dan ook heilig en mensen proberen die zo nauw gezet mogelijk na te leven. Het is in het naleven van de wet, dat God een stukje dichterbij komt en zo hemel en aarde elkaar kunnen raken.

Nu kun je op verschillende manieren met een wet omgaan. Je kunt van mening zijn dat, omdat het er zo staat, het ook zo moet en iedereen daar kost wat kost aan moet voldoen. Je kunt ook naar de wet kijken en die in je leven proberen in te vullen als een vervulling van je menselijk bestaan.
Twee manieren om met de wet om te gaan, maar beiden geven ze een geheel andere uitkomst.

De Farizeeën en Schriftgeleerden willen dat de wet naar de regel wordt nageleefd, de wet is de hoogste macht. Jezus heeft een andere opvatting. De wet van God moet worden nageleefd. Maar niet als een wet van buitenaf, maar als een regel die het hart vervult, bevrijdt en ruimte geeft om te leven en God te ontmoeten.

Ook wij als gelovigen staan vaak voor keuzes. Hoe gaan wij om met onze wetten? De wetten van Nederland, de verkeersregels, de geboden van ons geloof, de geboden van onze Kerk?

Laten alle wetten en geboden voor ons een uitnodiging betekenen het eigen geloof beter te leren kennen, te verdiepen en te vervullen in woorden en daden van liefde en christelijke nabijheid.

 

Amen

Afbeelding: Reinheid de van ziel

Houtsnede uit de Delftse Bijbel 1488

Voor meer info : www.beeldmeditaties.nl/



De kunstenaar verdeelt zijn afbeelding in nagenoeg twee gelijke helften. De samenhang tussen beide taferelen wordt benadrukt doordat de tegelvloer in beide ruimtes aanwezig is.

Marcus 10, 17-30

Marcus 10, 17-30


Rechts zien we hoe Jezus, herkenbaar aan zijn kruisnimbus, binnenkomt. Hij loopt langs twee personen waarvan de ene één kan met water uitgiet in een schaal. Hoe dan ook, terwijl zij met water in de weer zijn, loopt Jezus langs hen heen. Hij steekt zijn rechter hand op. Het zou een zegengebaar kunnen zijn. Het zou ook kunnen uitdrukken dat Hij van de handwassing geen gebruik maakt. Dat laatste is meer in overeenstemming met de schrifttekst van vandaag.

De illustratie behoort bij de discussie over Rein en Onrein. In dat verhaal maakt Jezus duidelijk dat het gaat om de reinheid van ziel niet die van het lichaam,. Had Hij in zijn Bergrede niet gezegd: “Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien”? Hij verwijt de geloofsgenoten van zijn tijd, de Farizeeën en de Schriftgeleerden, dat zij weliswaar de geboden stipt naar de letter uitvoeren, maar de bedoeling ervan, de barmhartigheid en de naastenliefde, uit het oog verloren hebben.

Deuteronomium 4, 1-2. 6-8

Oproep tot trouw
Luister nu, Israël, naar de voorschriften en bepalingen die ik u leer, en handel daarnaar. Dan zult u leven in, en bezit gaan nemen van, het land dat de Heer, de God van uw vaderen, u schenkt. Aan wat ik u voorschrijf, mag u niets toevoegen en niets afdoen; u moet de geboden van de Heer uw God, die ik u geef, onderhouden.
En breng ze stipt ten uitvoer, want daaruit zal voor de volken uw wijsheid en uw inzicht blijken. Als zij al deze voorschriften horen, zullen ze zeggen: “Dat machtige volk is wijs en verstandig.” Is er soms een andere grote natie bij wie hun goden zo nabij zijn als de Heer onze God ons nabij is, zo vaak als wij Hem aanroepen? Of is er een andere grote natie die zulke volmaakte voorschriften en bepalingen heeft als de Wet die ik u heden geef?

Marcus 7, 1-8. 14-15. 21-23

Wat uit de mens komt, maakt onrein
De farizeeën en enkele Schriftgeleerden uit Jeruzalem kwamen bij Hem. Ze zagen dat sommige van zijn leerlingen hun brood aten met onreine, dat wil zeggen met ongewassen handen. Want als de farizeeën en alle Joden niet met een beetje water hun handen gewassen hebben, eten ze niet, omdat ze vasthouden aan de traditie van de oudsten; en wat van de markt komt, eten ze niet zonder het te wassen. Zo zijn er vele andere dingen waar ze uit traditie aan vasthouden: het spoelen van bekers, kruiken en koperen vaatwerk. De farizeeën en de Schriftgeleerden vroegen Hem: ‘Waarom gedragen uw leerlingen zich niet naar de traditie van de oudsten, maar eten ze hun brood met onreine handen?’ Hij zei tegen hen: ‘Treffend heeft Jesaja over u geprofeteerd, huichelaars, zoals geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij. Hun verering stelt niets voor; wat ze als ware leer brengen, zijn voorschriften van mensen. U laat het gebod van God los en houdt vast aan de traditie van mensen.’
Weer riep Hij de mensen bij zich en zei tegen hen: ‘Luister allemaal naar Mij en begrijp Me toch. Niets wat van buitenaf in de mens komt, kan hem onrein maken.
Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen de kwade gedachten, ontucht, diefstal, moord, overspel, hebzucht, gemeenheid, bedrog, bandeloosheid, jaloezie, laster, hoogmoed, lichtzinnigheid. Al deze slechte dingen komen van binnenuit en maken de mens onrein.’

Archief preken