Kies uw kerk

Preek van de week

2015-09-27. Wie niet tegen ons is, is voor ons.

Preek 26ste zondag van het jaar, B

Eerste lezing: Numeri 11,25-29

Evangelie: Marcus 9,38-43.45.47-48

Eens vroeg iemand aan paus Johannes XXIII: “Heilige vader, bestaat de hel?”  “Jazeker”, gaf de paus ten antwoord. “Er zit alleen niemand in.”
Paus Johannes XXIII gaat niet met de traditie rommelen, hij acht de hel een waardevolle geloofsinvalshoek. Maar de hel is wel leeg! Dat heb je met een God die van mensen houdt. Wees dus maar niet bang en wees ook niet wraakzuchtig. Het is een uitnodiging om te helpen waar hulp geboden is.

Handelen in Gods Naam, of in de Naam van Jezus is niet alleen voorbehouden aan gelovigen of aan Christenen. Gelukkig maar, want er is veel werk dat verzet moet worden. Er is veel wat uit mensen gedreven moeten worden aan kwaad en liefdeloosheid, en er valt nog heel veel te genezen in onze wereld. Ga daar maar alleen aan staan!
Zowel Mozes als Jezus hadden dat goed begrepen. Zij wisten dat ze het niet alleen konden en het ook niet wilden of hoefden. Handelen in de Naam van God en of Jezus is geen monopolie, van niemand.

Daarom is het nu voor ons vreemd dat de reisgenoten van Mozes en de leerlingen van Jezus hun leider daarop aanspraken. Het gaat er immers niet om dat ik beter handel dan anderen, dat ik hen in het doen van het goede, de loef af steek. Het gaat er om dat wat ik doe, werkelijk goed is. En als het werkelijk goed is, dan is het alleen maar verheugend dat meer mensen hetzelfde doen. Volhouden, samen, ook al is het soms vechten tegen de bierkaai, ook al lijk je er wel alleen voor te staan.

Het lijkt wel alsof de leerling Johannes zich ten opzichte van zijn gedrag wil herstellen. Verleden week hoorden wij hoe hij druk in de weer was over de vraag van het leiderschap. Nu denk hij het voor Jezus op te nemen. Hij zegt: “Wij hebben iemand gezien die in uw Naam boze geesten uitdrijft. We zijn er op ingesprongen, want die man hoort niet bij ons en dat hebben we hem even duidelijk gemaakt.”  Zelf zijn de leerlingen berekenend in het volgen van Jezus. Daardoor voelt het als hypocriet aan, als ze mensen proberen de weg te versperren die uit vrije wil goed wil doen aan anderen. Ze zetten hem de voet dwars, hij hoort niet bij ons, en dat hebben we hem duidelijk gemaakt. Jezus kan dik tevreden zijn over hen.

Maar dat is Jezus juist niet. Mensen die zonder onderscheidt helpen wie geen helper heeft, laten iets van God zien. Dus: wie voor ons is, is niet tegen ons! Het betekent ook: volhouden, want wie handelt vanuit liefde, doet dat automatisch in de Naam van God. Zo begrijpen we de woorden van paus Johannes XXIII beter dat de hel leeg blijft, want het Rijk van God raakt steeds meer gevuld.

 

Amen

Afbeelding: Vijfde gebod van God

Uit: Prentencatechismus

Deze prent stelt Jezus Christus met zijn leerlingen voor. Zijn ene hand wijst naar een kind dat Hij liet komen; zijn andere hand wijst naar een man die men met een molensteen om de hals in de zee werpt.
Jezus zag steeds welwillend op kinderen neer: “Laat de kinderen tot mij komen; niemand mag ze hinderen, want aan hen behoort het Rijk Gods.” Dan omhelsde hij de kinderen, legde hun de handen op en zegende hen.

Marcus 10, 17-30

Marcus 10, 17-30

Numeri 11,25-29

Mozes en de oudsten
Toen daalde de Heer neer in een wolk, sprak tot hen en legde een deel van de geest die op Mozes rustte, op die zeventig oudsten. En toen de geest op hen rustte, profeteerden zij, maar later hebben zij dat niet meer gedaan. En twee van de mannen waren in het kamp gebleven. De een heette Eldad, de ander Medad. Ook op hen rustte de geest, zij stonden op de lijst al waren zij niet naar de tent gegaan, en zij profeteerden in het kamp. Een jongen ging het ijlings aan Mozes vertellen en zei: ‘Eldad en Medad zijn aan het profeteren in het kamp!’ Jozua, de zoon van Nun, die al als jongeman in Mozes’ dienst gekomen was, zei daarop tegen Mozes: ‘Mijn heer, dat moet u hun verbieden.’ Mozes zei hem: ‘Waarom kom je voor mij op? Ik zou willen dat heel het volk van de Heer profeteerde en dat de Heer zijn geest op hen legde.’

Marcus 9,38-43.45.47-48

Onderricht aan de leerlingen
Johannes zei tegen Hem: ‘Meester, we hebben iemand in uw naam demonen zien uitdrijven, en wij hebben hem tegengehouden, omdat hij geen volgeling van ons was.’ Maar Jezus zei: ‘Houd hem niet tegen, want iemand die in mijn naam een machtige daad verricht, zal niet gauw kwaad van Me spreken. Immers, wie niet tegen ons is, is vóór ons. Want als iemand je een beker water geeft omdat jullie van Christus zijn, Ik verzeker jullie, zijn loon zal hem niet ontgaan. Wie één van deze kleinen die op Mij vertrouwen ten val brengt, kan beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden. Als je hand je ten val brengt, hak haar dan af; je kunt beter verminkt het leven ingaan dan met twee handen in de hel verdwijnen, in het onblusbaar vuur. Als je voet je ten val brengt, hak hem dan af; je kunt beter kreupel het leven ingaan dan met twee voeten in de hel gegooid worden. Als je oog je ten val brengt, ruk het dan uit; je kunt beter met één oog het koninkrijk van God ingaan dan met twee ogen in de hel gegooid worden, waar hun worm niet van ophouden weet en het vuur niet dooft.

Archief preken