Kies uw kerk

Preek van de week

2016-05-08. Niet zonder ouders

Zevende zondag van Pasen, C

 

Eerste lezing: Handelingen der apostelen 7, 55-60

Evangelie: Johannes 17, 20-26

Vandaag zijn wij getuigen van één van de meest intiemste momenten van een mensenleven. Zowel Stephanus, als Jezus staan vlak voor de dood en spreken voor het laatst. Het lijkt een soort wilsbeschikking, een testament, een hoop en visioen voor de toekomst. Wie al eens een sterven van heel dichtbij heeft meegemaakt, heeft ervaren dat het meest intieme moment zich in stilte voltrekt. De laatste woorden zijn gesproken en dan is er alleen nog…

Stephanus besluit zijn leven met een intiem levensvisioen. Jezus terug zien zoals Jezus is: de rechterhand van de Vader. De rechtse hand die geeft en verdedigt, die liefheeft en corrigeert.

Jezus laat ons kennismaken met de diepste hunkering van zijn bestaan. Hij wil zeggen wat Hem altijd al bezielde. Woorden die alleen gezegd kunnen worden aan de ander die jou ten diepste kent: je vader, je moeder. Zij zijn degenen die je het leven gaven.

De hemelse Vader, doet niet anders dan leven geven. Op het moment dat het leven wordt weggenomen, wordt er nieuw ander leven gegeven. Kijk maar naar het sterven en geboren worden van mensen, de ene generatie volgt de ander op. De hemelse Vader werkt niet zonder de mensen, niet zonder hun liefde en levensadem.

Het kan ons sprakeloos maken als wij beseffen dat wijzelf het middelpunt zijn van het gebed van Jezus aan zijn Vader. We horen vaak ontroering in de stem van mensen als ze vertellen dat de laatste woorden van de overledene juist voor hen bedoeld waren. Zo mogen wij luisteren naar de woorden van Jezus, speciaal voor ieder van ons bedoeld. Hoe groot moet de liefde van die ene mens zijn voor mij, als hij bij zijn laatste aardse ogenblikken aan mij denkt? Direct komt voor mij de vraag naar boven: ben ik het wel waard? We zijn het waard als we beseffen dat wijzelf het voorwerp zijn van Gods liefde. Mensen die uit liefde geboren zijn, met liefde gedragen, in liefde aan elkaar gegeven, in liefde heengegaan.

Johannes 17, 20-26

Johannes 17, 20-26

Dat mogen wij leren van onze ouders en dat mogen we in Bijbelse zin van Stephanus en Jezus.

Het zijn grootse woorden over grote momenten in een mensenleven, waarover deze preek ging. Maar het zweeft, het is weinig concreet. Poging om naar de praktijk van alle dag te gaan.

De grootste levensles, leren leven en sterven, krijgen we van onze ouders. Zoals Stephanus en Jezus hun leven offerden voor een mooiere toekomst, zo doen, deden onze ouders dat. Ze proberen het hun kinderen beter te laten krijgen dan dat zij ooit gehad hebben.

Vandaag op Moederdag, willen we speciaal onze moeders danken voor deze daad van wegschenken en zelfopoffering.

 

Amen.

Handelingen der apostelen 7, 55-60

Stefanus vermoord en de Jeruzalemse gemeente vervolgd
Maar hij stond daar, vol van de heilige Geest, hij richtte zijn blik op de hemel, zag de heerlijkheid van God, en daar stond Jezus aan Gods rechterhand. Hij zei: ‘Ik zie de hemelen open en ik zie de Mensenzoon staan aan de rechterhand van God.’ Maar ze hielden hun oren dicht, begonnen luid te schreeuwen, stormden als één man op hem af, sleurden hem de stad uit en stenigden hem. De getuigen legden hun kleren neer bij een jongeman, die Saulus heette. Ze stenigden Stefanus, terwijl hij bad: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’ Hij viel op zijn knieën en riep met luide stem: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan.’ Na deze woorden stierf hij.

Johannes 17, 20-26

Afscheidsgebed van Jezus
Niet alleen voor hen bid Ik, maar ook voor degenen die door hun woord in Mij geloven: dat ze allen één mogen zijn. Zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, zo moeten zij in Ons zijn, zodat de wereld kan geloven dat U Mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delen in de heerlijkheid waarin U Mij hebt laten delen, opdat ze één mogen zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen zoals U in Mij; dat hun eenheid volkomen mag zijn, zodat de wereld kan erkennen dat U Mij hebt gezonden en dat U hen hebt liefgehad met de liefde die U Mij hebt toegedragen. Vader, diegenen die U Mij hebt toevertrouwd, zou Ik graag bij Mij hebben waar Ik ben, zodat ze de heerlijkheid zien waarin U Mij hebt laten delen, want vóór de grondvesting van de wereld had U Mij al lief. Rechtvaardige Vader, hoewel de wereld U niet heeft gekend – Ik heb U gekend – zijn zij het die hebben erkend dat U Mij gezonden hebt. Uw naam heb Ik hun bekend gemaakt en dat zal Ik blijven doen, opdat de liefde die U Mij hebt toegedragen, in hen mag zijn – opdat Ik in hen mag zijn.’

Archief preken