Kies uw kerk

Preek van de week

2016-09-25. Dat is alles.

        26ste zondag door het jaar, C

De lezingen zijn eenmalig aangepast aan het thema van de parochiekerk: startviering.

Eerste lezing: Handelingen 10,25-26.34-35.44-48

Evangelie : Johannes 21, 1-7a

 

In uw boekje leest u: ‘Moment van mystagogie’. Wat betekent dat eigenlijk? ‘Mysta’ komt van het Griekse woord ‘Mysta’, ‘Mysterium’, ‘Geheim’. Niet ‘geheimzinnig’ maar ‘geheimnisvol’. Dat wat in elk van ons nog verborgen is, maar staat te wachten om ontdekt te worden. Onze talenten, maar ook zoals God ons ziet. En vaak kijkt God op een totaal andere manier naar ons als dat wij naar onszelf durven te kijken.
‘Mystagogie’ en dat ‘gogie’ komt van het Griekse ‘Agein’, ‘Binnenleiden’, naar binnen brengen, bij de hand nemen en uitnodigen om in het hart van het geheim van jouzelf te komen.
Mystagogie, dat deed men in de vroegere eeuwen bij de doopleerlingen, die werden uitgenodigd om in de doopkapel waarin ze een paar maanden later gedoopt zouden worden alvast bijeen te komen voor catechese. Die hele doopkapel was versiert met fresco’s met afbeeldingen van heiligen en het leven van Jezus. En aan de hand van die beelden en verhalen mochten mensen bij zichzelf ontdekken wie Jezus is voor hen en wie zij zelf wilden zijn voor God en voor elkaar.

Ook wij zijn vandaag binnengekomen en op niet zomaar een plek, maar op een heel bijzondere plaats. ‘Onze kerk’ en ziedaar ze staan, in onze gebrandschilderde ramen boven ons, de mystagogen van de afgelopen eeuwen. Al deze mensen hebben op een of andere manier iets uit zichzelf ontdekt, waarin ze Jezus willen laten zien en daarbij proberen andere mensen gelukkiger te maken.

Vandaag in de lezingen, aangepast aan onze startviering, zijn we op pad gegaan met Petrus en we hebben Petrus op twee manieren ontdekt. In het evangelie van vandaag hoorden we over de Petrus voor Pinksteren. In de eerste lezing hoorden we Petrus na Pinksteren.

Ik ga u vertellen wat er aan de hand is in het Evangelie. Jezus is gekruisigd, gestorven, begraven en verrezen en voor de eerste keer verschenen aan de leerlingen en toen was er een tijdje niets. Duizend dagen met Jezus was voor de leerlingen, de apostelen, niet voldoende om het vol te houden. Dus wat deden ze, en daar begint de lezing vandaag, ze gingen weer terug naar hun oude ambacht. Ze vervielen weer terug in hun oude gewoontes. Ze gingen weer vissen. Kunt u zich dat voorstellen? Drie jaar niet gevist en dan de eerste nacht weer op pad. Kunt u zich dan de teleurstelling indenken over wat ze gevoeld hebben de volgende ochtend, toen ze zagen dat ze helemaal niets gevangen hadden? Jezus is weg en mijn oude ambacht kan ik ook al niet meer uitoefenen, kijk maar ik sta hier met lege netten. Dan is er een vreemde man die tegen ze zegt: ‘Ga terug het meer op en gooi het net nu eens aan de andere kant, van de boot, uit.’ Toen vingen ze zoveel vis, dat de netten schuurde en het is pas dat moment dat Petrus Jezus herkent. Het is de Heer.

Icoon: Johannes 21, 1

Icoon: Johannes 21, 1

En dan de eerste lezing. Pinksteren is geweest, de Heilige Geest is over de apostelen gekomen, en in de eerste lezing hoorden we hoe Petrus bij de heiden Cornelius op bezoek is. Wat is daar aan de hand. Petrus is in Joppe en is daar in gebed en in een visioen van God krijgt hij te verstaan dat het niet aan mensen is om te bepalen wie wel of niet bij God hoort, maar dat God dat zelf wel uitmaakt. En op dat zelfde moment krijgt heel ver weg de heiden Cornelius zijn droom waarin hem vertelt wordt om iemand naar Joppe te sturen en Petrus te halen. Petrus gaat op diens verzoek bij Cornelius op bezoek.
Degene die al langere tijd vrijwilliger zijn, dan wel zij die Christelijke cursussen hebben gevolgd weet dat wij voor de parochie opbouw als het ware vier fundamenten hebben. De Gemeenschapsopbouw, de Diaconie, de Catechese en de Sacramenten. Als u terug denkt aan de eerste lezing dan heeft u gehoord dat die vier fundamenten benoemd zijn. Petrus komt vanuit een levende gemeenschap, dat van Joppe, heel klein en heel levendig, heel enthousiast en hij gaat naar Cornelius toe. Cornelius wilt voor hem op de knieën vallen, maar Petrus zegt ‘Man sta op, ik ben ook maar een gewoon mens van vlees en bloed’. Het feit dat Petrus naar Cornelius toe gaat is diaconie. Petrus gaat niet alleen naar Cornelius toe, maar luistert ook naar wat Cornelius op zijn hart heeft. Petrus zegt niets, maar luistert alleen en ook dat is diaconie. En pas daarna gaat Petrus aan de hand van wat Cornelius verteld heeft proberen een antwoordt te geven dat past in het leven van Cornelius. Dat is de Catechese. En als allerlaatste, zegt Cornelius ‘Maar dan wil ik gedoopt worden’. Pas dan komt het sacrament. De vraag is wat kunnen wij bij deze startviering leren van deze twee lezingen?
Heel eenvoudig. Er is veel gebeurd in onze gemeenschap, heel veel in de afgelopen jaren. Maar het mag een uitnodiging zijn om bij ons zelf te kijken: wat heeft er voor gezorgd dat wij hier bij elkaar zijn? Waar ligt onze kracht, waar liggen onze talenten, waar ben ik goed in? En op welke manier kunnen wij als het ware openstaan voor de ander?

Toen ik jaren geleden door pastor Verhoeven, die hier altijd de eerste zondag van de maand de viering doet, geïnstalleerd werd als pastoor, zei hij het volgende. Wat jij ook bedenkt in de parochie, weet één ding. De enige pastoor van de parochie is Jezus’. En vanaf dat moment heb ik daar altijd aan gedacht en me steeds bedacht: ‘Maar wat zou Jezus nu doen?’

We hebben zoveel geprobeerd, maar hebben we dat ook gedaan in het verlengde van Jezus gezet, hebben we de netten niet eens aan de andere kant van onze boot uitgegooid? Hebben we ook Jezus gevraagd om te helpen bij onze vangst, bij te doen wat we te doen hebben?
En dan de vier stappen. Wij Nederlanders, en zeker de Hollanders, zijn heel graag gauw thuis, maar het is belangrijk om elke keer bij alles wat wij doen in onze gemeenschap het komende jaar steeds voor ogen te houden: We beginnen bij onze eigen gemeenschap, we beginnen bij ons zelf  en als we iets willen naar de ander toe, dan beginnen we met Diaconie, dan beginnen we met luisteren, dan beginnen we met aanwezig zijn, dan mogen we iets zeggen. En daarna heten we mensen meer dan van harte welkom, op de plek waar ze op dat moment zijn. Op hun vragen geven we antwoorden (Catechese) op de manier waarop ik dat kan. En dat mag uitmonden in vieren (Sacrament).

Dat is alles. Succes ermee.

 

Amen

Handelingen 10, 25-26, 34-35, 44-48

        Petrus bij Cornelius in Caesarea
Toen Petrus aankwam, liep Cornelius hem tegemoet en viel hem te voet om hem te aanbidden. Maar Petrus richtte hem op en zei: ‘Sta op, ik ben ook maar een mens.’
Petrus opende zijn mond en zei: ‘Nu weet ik zeker dat God geen aanzien des persoons kent, maar dat iedereen, ongeacht het volk waartoe hij behoort, Hem welgevallig is als hij godvrezend is en gerechtigheid doet.
Petrus was nog aan het woord toen de heilige Geest neerdaalde op allen die naar zijn toespraak luisterden. De besneden gelovigen die met Petrus meegekomen waren, stonden versteld, omdat de gave van de heilige Geest ook over de heidenen was uitgegoten; want zij hoorden hen in talen spreken en God verheerlijken. Daarop zei Petrus: ‘Niemand kan toch het doopwater weigeren aan deze mensen, die evenals wij de heilige Geest ontvangen hebben?’ Hij gaf opdracht hen te dopen in de naam van Jezus Christus. Daarna vroegen zij hem enkele dagen te blijven.

Evangelie: Johannes 21, 1-19

        Jezus verschijnt bij het meer van Tiberias
Daarna heeft Jezus zich nog eens aan zijn leerlingen geopenbaard, bij het Meer van Tiberias. Dit geschiedde als volgt. Bij elkaar waren: Simon Petrus, Tomas die ook Didymus genoemd wordt, Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. Simon Petrus zei tegen hen: ‘Ik ga vissen.’ ‘Dan gaan wij mee’, antwoordden ze. Ze gingen dus op weg en klommen aan boord, maar die nacht vingen ze niets. Toen het intussen morgen was geworden, stond Jezus aan de oever, maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. Hij riep hun toe: ‘Vrienden, hebben jullie soms iets te eten?’ ‘Nee’, riepen ze terug. ‘Werp dan het net uit, rechts van de boot,’ zei Hij, ‘daar zul je wel iets vinden.’ Ze wierpen het net uit, en er zat zo’n massa vis in dat ze niet meer bij machte waren het op te halen. Daarop zei de leerling van wie Jezus hield tegen Petrus: ‘Het is de Heer.’

Originele lezingen van de dag

Amos 6, 1. 4-7

Wee u, zorgelozen in Sion, zelfverzekerden op de berg van Samaria; notabelen van dat weergaloze volk, tot wie het huis Israël zich wendt.
Zij liggen op ivoren bedden en strekken zich uit op hun rustbanken; zij eten de lammeren van de kudde en de kalveren uit de stal op; zij verzinnen liederen bij het getokkel van de harp en denken dat hun instrument dat van David evenaart; zij drinken wijn uit brede schalen en zalven zich met de beste olie, maar om de ondergang van Jozef treuren ze niet. Daarom gaan nu zij als eersten in ballingschap, en is het gedaan met de feesten van hen die daar lui liggen uitgestrekt.

Evangelie: Lucas 16, 19-31

        Lazarus en een rijke man
Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en het fijnste linnen, en elke dag uitbundig feestvierde. Aan zijn poort lag een zekere Lazarus; hij was arm en zat onder de zweren. Hij had graag zijn honger gestild met wat er van de tafel van de rijke op de grond viel, maar nee, de honden kwamen en likten aan zijn zweren. Toen kwam de arme te sterven; de engelen droegen hem in de schoot van Abraham.

De rijke man en de arme Lazarus

De rijke man en de arme Lazarus

Ook de rijke stierf, en werd begraven. In het dodenrijk sloeg hij gekweld door pijn zijn ogen op en zag van verre Abraham met Lazarus in zijn schoot. “Vader Abraham,” riep hij, “heb medelijden met me; stuur Lazarus om de toppen van zijn vingers nat te maken met water, en er mijn tong mee te verkoelen, want ik lijd hevig in dit vuur.” Maar Abraham zei: “Kind, vergeet niet dat jij het heel je leven goed hebt gehad en Lazarus altijd slecht; nu wordt hij hier getroost, en jij lijdt pijn. Bovendien, er gaapt tussen ons en jullie een diepe kloof; al zou iemand van hier naar jullie willen oversteken, hij zou het niet kunnen; evenmin kan iemand van daar naar ons komen.” Maar de rijke zei: “Dan, vader, vraag ik u hem naar mijn ouderlijk huis te sturen, want ik heb nog vijf broers. Laat hij hen gaan waarschuwen, zodat zij niet eveneens terechtkomen in dit oord van pijn.” Maar Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de Profeten; daar moeten ze naar luisteren.”

Maar hij zei: “Nee, vader Abraham, als iemand van de doden naar hen toe komt, dan zullen zij zich bekeren.” Maar Abraham antwoordde: “Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen als iemand uit de doden opstaat.” ’

 

Afbeelding: De rijke man en de arme Lazarus

        Door: Hendrick ter Brugghen (1588 – ca 1629)

Datum: ca. 1625

Afmetingen: 168,2 x 207,3 cm

Techniek: Olieverf op doek

Locatie: Centraal Museum, Utrecht

Opmerking: Dit object is nu (september 2016) niet in het museum te zien

De rijke man en de arme Lazarus behoort tot de grote historiestukken die Ter Brugghen in zijn laatste Utrechtse jaren schilderde. De periode kenmerkt zich door sterke licht-donker contrasten, grote, massieve en driedimensionale vormen en sombere, ongebroken kleuren. Om de compositie meer ruimte te geven in het beeldvlak is op een later moment aan de bovenzijde een strook toegevoegd van ongeveer dertig centimeter.

Volgens sommigen staat de rijke man voor de joodse geestelijke leiders. Purperen gewaden werden in Jezus' tijd gedragen door koningen, fijn linnen door priesters. Met de honden die de zweren likken zouden de heidense buurvolkeren bedoeld worden (honden worden door joden als onrein beschouwd).

Archief preken