Kies uw kerk

Preek van de week

2016-12-18. God-met-ons

        4de zondag van de advent.

Eerste lezing: Jesaja 7, 10-14

Evangelie: Mattheus 1, 18-24

In de eerste lezing horen we hoe de profeet Jesaja op bezoek gaat bij koning Achaz. Achaz, de koning van Juda, maakte zich ongerust, de koningen van Aram en Efraïm waren in aantocht. Ze wilden hem met geweld dwingen een pact tegen de Assyriërs te sluiten. Achaz echter, verkoos liever de afhankelijkheid van de Assyriërs, boven een tot mislukking gedoemde opstand.
Het hart van koning Achaz beefde, het hart van het volk evenzeer. Zou de stad bestand zijn tegen het beleg?

Het is op dit moment dat de profeet bij de koning aanklopt, en hij wordt binnengelaten. Jesaja heeft een boodschap van God. “Maak je niet ongerust, o koning, raak niet in paniek. Heb toch een weinig vertrouwen! Wie niet vertrouwt, daar wordt niet op gebouwd. Vraag toch uw Heer om een teken. Maar Achaz antwoordde dat hij God niet om een teken zou vragen.

Het klinkt vroom, maar de vroomheid dient slechts als alibi voor het verzet van de koning. Hij is niet bevreesd dat het teken uit zou kunnen blijven. Hij is bang dat het teken de weg zou versperren die hijzelf wilde gaan. Hij wil de regie in eigen handen houden, en wil zich zeker door een profeet of door God niets laten gezeggen. Liever dan op een bondgenootschap met de Heer, vertrouwt hij op een bondgenootschap met Assur, de vijand.

Maar Achaz krijgt toch een teken van God, ook al wilde hij het niet. “Zie, de jonge vrouw zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen ‘Immanuël’, ‘God-met-ons’”.
Achaz, de koning die het zonder God wil doen, zal het veld moeten ruimen, voor een zoon die wel op God vertrouwt. Deze nieuwe koning zal als een goede herder leven uit het geloof dat God met ons is! Achaz verbleekt, hij hoort er een veroordeling in, en hij hoort het goed!

Kort daarop wordt een deel van het volk door de koning van Assur afgevoerd, rampspoed breekt aan, het land wordt geteisterd. De achterblijvers, met in hun midden de jonge koningszoon, zullen zich in het geteisterde land slechts in leven kunnen houden met de melk van de loslopende schapen en met de honing die zij vinden in het wild.

Het is in dit stukje van de Joodse geschiedenis, dat Jozef er over nadenkt om stilletjes van Maria te scheiden. Maar een engel belet het hem. Jozef luistert in tegenstelling tot koning Achaz wel en zal Gods teken in de wereld welkom heten. Nog even en een kind wordt geboren en ze zullen Hem noemen: ‘Emmanuël’, ‘God-met-ons’…

 

Amen.

Mattheus 1, 18-24

Mattheus 1, 18-24

Afbeelding: Zwangere Maria, en Jozef

       Door: Anonymus

Datum: ca. 1425-1450

Techniek: tempera op paneel

Afmeting: 70 × 35 cm cm

Locatie: National Gallery of Art, Washington, USA

Bij het zien van de zwangere Maria fronst Jozef zijn wenkbrauwen. "Hoe kan dat nu?" Hij overweegt bij haar weg te gaan. Zo dadelijk zal een engel Jozef vertellen dat de vader van het kind de Heilige Geest is.

Bovenin houden twee engelen een kroon boven het hoofd van Maria, wat duidt op haar koninginnenschap van hemel en aarde.

Het paneel is vermoedelijk in Parijs gemaakt, dat destijds de meest vooraanstaande kunststad van West-Europa was.

Jesaja 7, 10-14

        Immanuël
Dit liet de Heer tegen Achaz zeggen:
‘Vraag de Heer uw God om een teken, uit de diepte van de onderwereld of uit de hoogte daarboven.’ Maar Achaz antwoordde: ‘Dat doe ik niet, ik stel de Heer niet op de proef.’ Daarop zei de profeet: ‘Luister, huis van David! Is het niet genoeg om mensen te tergen, dat u ook nog mijn God moet tergen? Daarom geeft de Heer zelf een teken aan u: Zie, de jonge vrouw is zwanger, en zal een zoon ter wereld brengen, en u zult hem de naam Immanuël geven.

Evangelie: Mattheus 1, 18-24

        Herkomst en naamgeving van Jezus
De herkomst van Jezus Christus was deze. Zijn moeder Maria was verloofd met Jozef, en voordat ze bij elkaar gingen wonen, bleek zij zwanger te zijn van de heilige Geest. Jozef, haar man, was een rechtvaardige. Omdat hij haar niet in opspraak wilde brengen, kwam hij op de gedachte om in stilte van haar te scheiden. Terwijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang uw vrouw Maria bij u te nemen, want wat bij haar tot leven is gewekt, is van de heilige Geest. Ze zal een zoon krijgen en u moet Hem de naam Jezus geven, want Hij is degene die zijn volk zal redden uit hun zonden.’ Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou worden wat door de Heer bij monde van de profeet gezegd is: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en ze zullen Hem de naam Immanuël geven, wat betekent: God met ons. Toen Jozef uit zijn slaap wakker werd, deed hij zoals de engel van de Heer hem had opgedragen. Hij nam zijn vrouw bij zich.

Archief preken