Kies uw kerk

Preek van de week

2017-04-17 Het gaat om het leven

Paasmaandag 2017, A

 

Eerste lezing: Handelingen van de apostelen 2, 14. 22-32

Evangelie: Johannes 20, 10-18

 

Houd mij niet vast, horen we Jezus tegen Maria Magdalena zeggen als ze in het Graf afgedaald is. Wat herkenbaar is dat. Iemand die je dierbaar is, van wie je houdt is je ontvallen en wat zou je die graag dicht bij je houden. Ik kom het ook tegen in het leven van alledag. Soms is de slaapkamer van het overleden kind nog helemaal ingericht alsof die elk moment kan thuiskomen. Vol herinneringen die je zou graag wil vasthouden als een tastbare werkelijkheid. Opvallend ook hoe het vaak de moeder is, de vrouw, die zoveel waarde hecht aan de relatie, in het leven, maar zelfs over de dood heen.

Frappant is in het paasevangelie ook de rol van vrouwen zo pregnant is. De leerlingen zijn verdwenen na die dramatische dagen rond het sterven van Jezus. Het zijn de vrouwen die het graf als eersten bezoeken. Zij zijn het die de mannen er weer bij halen als ze ontdekken dat Jezus niet in het graf te vinden is.

En ook vandaag verhaald het evangelie dat de leerlingen weer huiswaarts gaan als ze Jezus niet aantreffen, maar dat Maria Magdalena huilend achterblijft.
Zou het toevallig zijn dat precies zij de twee Engelen ziet die zich plotseling in het graf tonen, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde, een symbool in de Schrift dat ze Jezus van top tot teen vertegenwoordigden?
En als ze vragen waarom Maria huilt, dan antwoord ze: Ze hebben MIJN Heer weggehaald. Niet onze Heer, MIJN Heer, het laat zien dat Maria Magdalena een bijzondere relatie met Jezus had. Een liefdesrelatie, die de tranen heel begrijpelijk maken. Haar grote liefde is weggevallen.

Johannes 20, 10-18

Johannes 20, 10-18

En dan gaat het verhaal verder dat Jezus haar verschijnt in de gedaante van de tuinman. Een tuinman die zorg draagt dat alles groeit en bloeit, de tuinman die zorgt dat elk klein mosterdzaadje uitgroeit tot wasdom en krachtig wordt.
‘Houd me niet vast’, zegt hij. ‘Blijf niet bij het graf komen, het zal alleen mijn dood extra benadrukken. Ga naar mijn broeders en zeg hun dat mijn God ook jullie God is. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg hen dat alles waar ik in geloof, de moeite waard is om in te geloven’. Geen standsverschil meer, lijkt Jezus te zeggen, broeders en zusters. Een familie van mensen die geloven in het goede, die geloven dat ik niet door de dood klein te krijgen ben, die geloven dat het leven verder gaat ook na de dood. En Maria Magdalena gaat terug naar de plek waar de leerlingen bij elkaar geschuild zijn en verkondigt als eerste apostel aan de anderen wat Jezus haar gezegd had.

Het gaat niet om de dood, maar om het leven. Kern van het Christelijk geloof is niet de dode, maar de levende, de verrezen Jezus. Je moet Jezus bij de levenden zoeken, overal waar zijn waarden en normen inhoud gegeven worden. Wie bouwt op een leeg graf, bouwt op iets leegs.

De boodschappers, de Engelen, hebben een duidelijke boodschap: “Kom niet hier, hier is Jezus niet te vinden. Jezus die gekruisigd is, is verrezen”. En wij, wij verkondigen deze boodschap iedere keer weer als we datgene doen waartoe Jezus ons opriep. Overal waar we de verrijzenis tastbaar maken door de hongerigen te voeden, de dorstigen te laven, de vreemdelingen op te vangen, de naakten te kleden, de zieken op te zoeken en de gevangenen te bezoeken.
In die zin beleven wij een voortdurend Pasen, maken we bij voortduring werk van de oproep van Jezus zoals dat vandaag wordt verwoord. Houdt mij niet vast, niet in de dood maar in het leven. Blijf niet somberen, het donker wordt verdreven door het Licht.

 

Zalig Pasen.

Fresco uit het leven van Maria van Magdala: Noli me tangere (Kruidje-roer-me-niet).

        Door: Giotto (ca. 1267 - 1337)

Datum: 1320s

Fresco in de Magdala kapel, in de benedenkerk van San Francesco, Assisi.

Maria Magdalena herkent de verrezen Jezus, naast het lege graf. Paradoxaal dat de vrouw met fouten juist Jezus als eerste mag zien wanneer Hij weer tot leven is, terwijl zij eerst denkt dat Hij de beheerder van de begraafplaats is. Het is het vreemde lot van Maria Magdalena, een prostituee eerst verlaagt en dan verhoogd tot de goddelijke wijsheid!

Giotto begon zijn leertijd met zijn meester Cimabue in de leeftijd tussen tien en veertien. Een reis naar Rome ronde vermoedelijk de opleiding van de jonge schilder af, waarna hij zijn meester gevolgd zou hebben naar wat er op dat moment het grootste "bouwterrein" in Italië was, de kerk van San Francesco in Assisi.
Aangenomen wordt dat de Magdala kapel het uitgangspunt was van het werk van Giotto en zijn assistenten in andere delen van de benedenkerk.

Aan het begin en in het midden van de 20e eeuw zijn de fresco's in de Benedenkerk gereinigd en zorgvuldig gerestaureerd.

Handelingen van de apostelen 2, 14. 22-32

        Toespraak van Petrus
Toen trad Petrus met de elf naar voren, verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe: ‘Joden, inwoners van Jeruzalem, dit moet u allen weten, luister aandachtig naar mijn woorden! Israëlieten, luister naar deze woorden! Jezus de Nazoreeër is u van Godswege aangewezen door machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden heeft verricht, zoals u zelf weet. Volgens Gods vastgestelde plan en met zijn voorkennis is Hij uitgeleverd en hebt u Hem door de hand van wetteloze mensen aan het kruis geslagen en omgebracht. Maar God heeft Hem laten opstaan door een eind te maken aan de weeën van de dood, want het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden. David zegt immers over Hem: Steeds hield ik mij de Heer voor ogen, want Hij staat mij terzijde opdat ik niet zou wankelen. Daarom verheugde zich mijn hart en jubelde mijn tong, ja, ook mijn lichaam zal op die verwachting een huis bouwen, want U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk en U zult uw heilige geen bederf laten zien. U hebt mij wegen ten leven gewezen en U zult mij overstelpen met vreugde in uw nabijheid. Broeders, ik mag over de aartsvader David wel ronduit tegen u zeggen dat hij gestorven en begraven is; tot op de dag van vandaag bevindt zijn graf zich bij ons. Omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede gezworen had dat Hij een van zijn nazaten zou laten zetelen op zijn troon, sprak hij met vooruitziende blik over de opstanding van de Messias: dat Hij niet aan het dodenrijk zou worden overgelaten en zijn lichaam geen bederf zou zien. God heeft deze Jezus laten opstaan; daarvan zijn wij allen de getuigen.

Johannes 20, 10-18

Daarop gingen de leerlingen terug naar huis. Maria echter stond buiten bij het graf te huilen. En terwijl ze zo huilde, wierp ze een blik in het graf en zag daar twee in het wit geklede engelen zitten, de een aan het hoofdeinde, de ander aan het voeteneinde van de plaats waar Jezus had gelegen. Ze spraken haar aan: ‘Waarom huilt u zo?’ Ze antwoordde: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem hebben neergelegd!’ Na deze klacht keerde ze zich om en zag Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. Jezus vroeg: ‘Waarom huilt u zo? Zoekt u iemand?’ In de mening dat het de tuinman was zei ze: ‘Heer, als u het bent die Hem hebt weggenomen, zeg me dan waar u Hem hebt neergelegd; dan kan ik Hem laten halen.’ Jezus zei: ‘Maria!’ Ze keerde zich nu naar Hem toe en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat is het Hebreeuws voor: meester.) ‘Houd Me niet vast’, zei Jezus. ‘Ik moet nog opstijgen naar de Vader. Ga liever naar mijn broeders en zeg hun: “Ik stijg op naar mijn Vader die ook jullie Vader is, naar mijn God die ook jullie God is.” ’ Daarop ging Maria van Magdala aan de leerlingen verkondigen: ‘Ik heb de Heer gezien’, en ze vertelde hun wat Hij tegen haar gezegd had.

Archief preken