Kies uw kerk

Preek van de week

2017-04-30. Hier en nu

3de zondag van Pasen 2017, A

 

Eerste lezing: Handelingen van de apostelen 2, 14. 22-33

Evangelie: Lucas 24, 13-35

Ieder leven loopt vroeg of laat ten einde. Ieder mens wil zijn leven plannen, volledig verwezenlijken. Onze maatschappij roept daartoe immers op, want we kunnen ons eigen lot bepalen. Soms ontgoochelen mensen in wie wij ons vertrouwen hadden geteld. Vrienden worden soms ontrouw en liefde kan verdampen. We krijgen ook af te rekenen met lijden. En wanneer we oud geworden zijn, zetten mensen ons aan de kant; opzij met de ouderdom. Tenslotte loopt het uit op ergernis, de dood. Deze levenslijn kan ons aanzetten tot nadenken, want is het alleen maar ‘hier en nu’?

Midden in het leven, midden in het ‘hier en nu’, van het leven van Petrus, staat hij in het centrum van Jeruzalem. Hij heeft zijn verlangen om te leven de vrije loop gelaten. Als Petrus in de metropool van zijn tijd, zo vrank en vrij spreekt over wat hem troost en kracht geeft, dan is er met deze Petrus iets gebeurd. De impulsieve en robuuste man Petrus, is met Jezus opgestaan. Er is niets meer over van die angstige man in het Hof van Olijven die zijn vriend en leraar Jezus had verloochend.

Vol enthousiasme vertelde Petrus, in de woorden die zijn toehoorders kenden, over een gebed uit Psalm 16: ‘Ik houd de Heer altijd voor ogen; Hij is aan mijn zijde, mij zal niets overkomen. Daarom verheug ik mij en juich ik, ik voel mij helemaal veilig’. Elke gelovige Jood kende dit gebed en wist wat er mee bedoeld was. Het is het gebed van een mens die angst heeft, waarvan het leven bedreigd wordt, die ondanks alles toch hoop vindt. Dat geeft bevrijding voor ‘hier en nu’ wat je ook overkomt.

Het meesterlijk visioen waar Petrus ons vandaag de ogen voor probeert te openen, is zijn inzicht in het vergezicht dat over het ‘hier en nu’ heengaat. Nu, vrij van alle angst, pratend terwijl iedereen hem kan horen, neemt hij zijn luisteraars mee in zijn diepste overtuiging. Petrus gelooft niet alleen in een Leven na de dood, maar ook in een leven voor de dood.

Lucas 24, 13-35

Lucas 24, 13-35

Om straks te Leven, is het leven ‘hier en nu’ onontbeerlijk. Petrus geeft wel een verschil aan met de huidige opvatting van het ‘hier en nu’ van onze maatschappij. Voor onze maatschappij is het ‘hier en nu’ en niets anders. Voor Petrus is het ‘hier en nu’, in het perspectief van een nieuwe toekomst waarin je geheel vrij kunt zijn.

 

Amen.

Afbeelding: Emmaüsgangers

       Door: Michelangelo, beter bekend als Caravaggio (1571–1610)

Afmetingen (HxB): 141×175 cm

Techniek: Olie op doek

Datum: 1606

Te bezichtigen in: Pinacoteca di Brera in Milaan, Italie

Caravaggio schilderde het avondmaal in Emmaüs tussen 1605 en 1606, met andere woorden tussen het einde van zijn tijd in Rome en zijn vlucht de stad uit nadat hij beschuldig was van moord. Hij had zijn tegenstander in een zwaardgevecht gedood ter verdediging van een vrouw.

De afbeelding van de tafel met een tapijt die daarover gedrapeerd is, is een typisch handelsmerk van Caravaggio's, die ook in de eerste versie van dit schilderij is terug te vinden. De kunstenaar heeft eerder in een schilderij opdracht gemaakt, die nu in de National Gallery in Londen hangt. In vergelijking met de eerdere versie, toont dit schilderij een grotere intimiteit en een duidelijker palet, gecombineerd met een dramatische, bijna theatrale lichtbehandeling die de heiligheid van het moment meer onderstreept.

Handelingen van de apostelen 2, 14. 22-33

Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van.

Mannen van Israël, luistert naar deze woorden: Jezus de Nazoreeër was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht. Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de smarten van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet over zult laten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen, Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn. Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag. Welnu, omdat hij een profeet was en wist, dat God hem een eed gezworen had, dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, zei hij met een blik in de toekomst over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. Verheven aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en Deze uitgestort, zoals gij ziet en gij hoort.

Lucas 24, 13-35

        Op weg naar Emmaüs
Juist die dag waren er twee van hen op weg naar een dorp, dat Emmaüs heette en zestig stadiën (Redactie: ruim 11 kilometer) van Jeruzalem lag. Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en liep met hen mee. Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. Hij vroeg hun: 'Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?' Met een bedrukt gezicht bleven ze staan. Een van hen, die Kleopas heette, nam het woord en sprak tot Hem: 'Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?' Hij vroeg hun: 'Wat dan?' Ze antwoordden hem: 'Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en heel het volk; hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om ter dood te worden veroordeeld en Hem aan het kruis hebben geslagen. En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn. Zelfs hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest, maar hadden zijn lichaam niet gevonden en kwamen zeggen, dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde. Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet.' Nu sprak Hij tot hen: 'O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben! Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?' Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan. Zij drongen bij Hem aan: 'Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.' Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar: 'Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?' Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen. Deze verklaarden: 'De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen.' En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.

Archief preken