Kies uw kerk

Preek van de week

2017-06-18. Voedsel voor onze ziel

Preek zondag Sacramentsdag, A

 

Eerste lezing:​ Deuteronomium 8,2-3 ; 8,14-16a

Evangelie: Johannes 6, 51‑58

In de eerste schriftlezing van deze zondag horen we de oproep van Mozes om steeds te blijven denken hoe God het volk uit Egypte door de woestijn heeft geleid. Het gaat om de wordingsgeschiedenis van Israël. Het volk leert wat saamhorigheid is, aan welke leefregels men zich dient te houden en hoe God met mensen omgaat.

Dat gedenken gebeurt door middel van feestdagen en rituelen. In de joodse traditie heb je zo het Paasfeest, Pinksteren, Grote verzoendag enz. Gedenken betekent vooral bezinning: elke generatie bouwt voort op wat de vorige generatie heeft aangereikt of vaak ook heeft aangericht. Je bent deel van een hele traditie, vaak met een eigen taal en eigen rituelen. Maar elke nieuwe generatie moet daar ook weer een eigen invulling aan geven.

Niet voor niets vieren we onze geboortedag, weer een jaar ouder waarin het nodige is gebeurd. Of de sterfdag van iemand die je lief is geweest: we zijn deel van zijn of haar levensverhaal. Maar ook een jubileum zoals ik onlangs mocht vieren is natuurlijk een terugblik. En zo’n moment van stilstaan bij wie je geworden bent reikt verder dan je eigen persoon. Het is bijvoorbeeld opvallend hoe onze kijk op het leven, ons geloof, onze beleving van ouder worden in de loop der jaren zijn veranderd. Zijn meegegroeid. Daar mag je niet blind voor worden.

Datzelfde geldt natuurlijk voor onze christelijke traditie. Ook daarin speelt het gedenken een grote rol. Vandaag op Sacramentsdag gedenken we hoe een van ons, Jezus genaamd, zichzelf prijsgaf voor zijn idealen. De laatste keer dat hij met zijn vrienden samen was vierde hij met hen het Paasfeest. Hij stond heel bewust in die rijke traditie van Mozes. Maar ook in de traditie van de profeten die telkens weer aangaven hoe Israël vervreemde van wat Mozes voor ogen stond. Hij zag hoe de idealen die besloten liggen in de religieuze traditie van zijn volk onder druk stonden doordat ze wettisch werden geïnterpreteerd. Rituelen verworden dan tot verplichte nummers, terwijl ze juist bedoeld zijn om bezieling op te roepen. Hij had oog voor de mens die het niet goed maakt en voor wie God een Vader wil zijn. En dat was ook de kern van zijn blijde boodschap.

En ook Jezus vroeg om hem te blijven gedenken door in zijn naam samen te komen, te luisteren naar Gods woord, door samen Gods lof te bezingen, door samen te eten en te drinken. ‘Waar twee of meer in mijn naam bijeen zijn, daar ben ik in hun midden’ zei hij. Daar ontstaan kernen van saamhorigheid, broederschap, zusterschap. Daar worden idealen hoog gehouden van barmhartigheid, van verzoening bij twisten. Ons samenkomen rond de Heer is dan ook van wezenlijk belang om voedsel te vinden voor onze ziel, voor onze eigen idealen.

Johannes 6, 51-58

Johannes 6, 51-58

Sacramentsdag richt onze aandacht vooral op de eucharistie. In de traditie van onze kerk is dit het belangrijkste sacrament, omdat we juist dan de aanwezigheid vieren van Christus in ons midden. Het is het moment waarop de geloofsgemeenschap samenkomt om Zijn Woord te horen en om met Hem aan God voor te leggen wat ons bezig houdt. Zo blijven wij Hem gedenken en zijn aanwezigheid in ons midden levend houden door te delen in de geest die hem bezielde.

We zien wel dat de zondag als religieus moment voor veel mensen in onze geseculariseerde samenleving is verdwenen. Voor veel mensen is de zondag onderdeel van het weekend waarop je juist vrij bent van allerlei verplichtingen en zo jezelf kunt zijn. Je kunt daar heel verschillend over denken, maar het is wel een gegeven van deze tijd. En daarmee is ook het samenkomen van de geloofsgemeenschap om zijn boodschap te horen en in deze tijd inhoud te geven aan het verdwijnen.

Maar gedenken is meer dan een ritueel. Het gaat er om dat we de traditie ter harte nemen waarvan Hij de gangmaker en de bezieler was ook in onze nieuwe omstandigheden. Want nog steeds wil Hij voedsel zijn voor onze ziel en wil Hij ons bezielen met zijn Geest. En gelukkig beperkt Christus zijn aanwezigheid in ons midden niet tot de eucharistie.

De kerkelijke hoogfeesten sluiten we na Pinksteren af. Maar we gaan kerkelijk gesproken niet met vakantie. Integendeel. Het is nu aan ons om die bewogenheid van Christus om te zetten in daden, dus om kerk te zijn.
Maar we mogen wel weten dat Hijzelf aanwezig wil zijn met zijn H. Geest. En kijkend naar onszelf en naar de wereld om ons heen hebben we die hulp wel nodig.

 

Amen

Afbeelding: Santa Cena (red.: Avondmaal)

        Door: Jaume Huguet (ca. 1412–1492)

Afmetingen (HxB): 172×164 cm

Techniek: stucwerk reliëfs en verguld met bladgoud op hout.

Datum: circa 1463-1486

Kamer 26. Museu Nacional d'Art de Catalunya, Barcelona, Spanje

In 1463 gaf het Gilde van Tanners opdracht een altaarstuk te maken voor het hoogaltaar in de kerk van Sant Agustí Vell in Barcelona, aan Jaume Huguet. De enorme omvang van de schildering, een van de grootste in de Catalaanse gotische schilderkunst, en de crisis die het land destijds doorging, zorgde ervoor dat het altaarstuk in 1486 voltooid was.

De afbeelding is een compartiment van het altaarstuk van Sint-Augustinus. Het Museum Nationale Art Catalonië heeft zeven van de acht panelen van dit altaarstuk in bezit. De achtste, De weg naar Golgotha, wordt bewaard in het Museum Marès in Barcelona.

Deuteronomium 8, 2-3; 8, 14-16a

        Gedenk de Heer
Blijf denken aan heel die tocht van veertig jaar die de Heer uw God u in de woestijn heeft laten maken. Hij heeft u toen vernederd en op de proef gesteld om uw gezindheid te leren kennen: Hij wilde zien of u zijn geboden zou onderhouden of niet. Hij heeft u vernederd en u honger laten lijden, maar u ook het manna te eten gegeven dat u noch uw vaderen ooit hadden gezien. Hij wilde u daardoor laten beseffen dat de mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat uit de mond van de Heer komt.
Laat dan uw hart niet hoogmoedig worden, zodat u de Heer uw God vergeet, die u uit Egypte, dat slavenhuis, heeft geleid, die u door die grote en verschrikkelijke woestijn heeft gevoerd, vol giftige slangen en schorpioenen, door dat dorstige land zonder water, die uit de keiharde rots water voor u liet ontspringen, en u in de woestijn het manna te eten gaf, dat uw vaderen nooit hadden gezien.

Evangelie: Johannes 6, 51-58

        Jezus: het brood om van te leven
Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als men van dát brood eet, zal men leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, voor het leven van de wereld.’ Toen ontstond er onder de Joden een discussie: ‘Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?’ Daarop hernam Jezus: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: als u het vlees van de Mensenzoon niet eet, als u zijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u. Maar wie mijn vlees en bloed eet en drinkt, die bezit eeuwig leven: op de laatste dag laat Ik hem opstaan, want mijn vlees is echt voedsel, mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft met Mij verbonden en Ik met hem. Zoals Ik leef uit de Vader, de Levende, die Mij gezonden heeft, zo zal ook hij die zich met Mij voedt, leven uit Mij. Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald, niet dat wat uw voorouders hebben gegeten, die niettemin gestorven zijn. Wie zich met dit brood voedt, zal leven in eeuwigheid.’

Archief preken