Kies uw kerk

Preek van de week

2017-07-16. Diep in de mens verborgen

Preek 15de zondag van het jaar, A

 

Eerste lezing:​ Jesaja 55, 10-11

Evangelie: Matteüs 13,1-23

Om zaken over God en het Koninkrijk te verduidelijken, om het hoe en waarom van Jezus’ daden te laten oplichten, gebruikt Matteüs graag parabels. Een parabel is een verhaal om uit te leggen wat je bedoelt en eigenlijk niet kunt zeggen. In het verhaal wordt zichtbaar, wordt duidelijk en helder, waar het geheim van het antwoord verscholen ligt. Want zo weten we allen, niet elke wetenschap heeft het antwoord op elk geheim.

Vandaag gaat het over het geheim van de verblijfplaats van het Rijk Gods. Waar is het te vinden, hoe groeit het. Dat is een geheim dat geen enkele wetenschapper ons kan uitleggen. Alleen wijzelf kunnen aan het geheim raken door het te zoeken en te vinden.

U voelt het al aankomen. Vandaag geen evangelie uitleg dus, alleen een verhaal:

Mattheus 13, 1-23

Mattheus 13, 1-23

Toen God zijn scheppingswerk had voltooid, besloot hij om voor de mens iets van zijn goddelijk wezen achter te laten. Namelijk een vonk van zijn wezen als een belofte aan de mens wanneer deze zich zou inspannen op God te lijken.
Daarom zocht God naar een plaats om deze heilige vonk te verbergen. “Want”, zo dacht God, “wat de mens al te gemakkelijk zal vinden, zal hij ook niet naar waarde weten te schatten.”
Dan moet U de vonk op de hoogste bergtop van de wereld verstoppen, zei een van de raadgevers. Maar God schudde zijn hoofd. Nee, want de mens is een avontuurlijk schepsel en hij zal vlug genoeg leren om de hoogste toppen der bergen te beklimmen.
Verberg hem dan, o Eeuwige, in de diepten van de aarde, vervolgde een  andere raadsman. Ik denk het niet, zei God, want op een dag zal de mens ontdekken dat hij kan graven naar de diepste diepte van de aarde.
Waarom dan niet midden in de zee, meester?, zei weer een ander. Maar God schudde zijn hoofd: Ik heb de mens verstand gegeven en op een zekere dag zal hij het gebruiken om schepen te bouwen en de grootste oceanen te bevaren.
Waar dan, meester?, vroegen zijn raadgevers. Toen glimlachte God en zei: Ik zal hem op de meest ontoegankelijke plaats verbergen, de enige plaats waar de mens hem nooit zal zoeken. Ik zal hem diep in de mens zelf verbergen.


Amen

Jesaja 55, 10-11

        Het eeuwig verbond
Want zoals de regen en de sneeuw uit de hemel neerdalen en pas daarheen terugkeren wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar hebben bevrucht en met planten bedekt, wanneer zij zaad hebben gegeven aan de zaaier, en brood aan de eter, zo zal het ook gaan met mijn woord. Het komt voort uit mijn mond; het keert niet vruchteloos naar Mij terug, maar pas wanneer het heeft gedaan wat Mij behaagt, en alles heeft volvoerd, waartoe Ik het heb gezonden.

Evangelie: Matteüs 13, 1-23

        Gelijkenis van een zaaier
Op die dag was Jezus het huis uitgegaan en Hij zat aan het meer. Er stroomden zoveel mensen bij Hem samen, dat Hij in een boot ging zitten, terwijl het volk allemaal op de oever stond. Hij vertelde hun veel door middel van gelijkenissen: ‘Een zaaier ging het land op om te zaaien. En bij het zaaien viel er een deel op het pad, en de vogels kwamen het opeten. Een ander deel viel op de rotsgrond, waar het niet veel aarde had, en het kwam meteen op, doordat het geen diepe grond had. Toen de zon opkwam, verschroeide het, en doordat het geen wortel had, verdorde het. Weer een ander deel viel tussen de distels, en de distels schoten op en verstikten het. Weer een ander deel viel in goede aarde en leverde vrucht op: honderdvoudig, zestigvoudig, of dertigvoudig. Wie oren heeft, moet horen.’ De leerlingen kwamen Hem vragen: ‘Waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen?’ Hij gaf hun ten antwoord: ‘Jullie is het gegeven de geheimen van het koninkrijk der hemelen te verstaan, maar hun niet. Want aan degene die heeft, zal gegeven worden, en wel overvloedig. Maar aan degene die niet heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft. Hierom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat ze kijken en niet zien, luisteren en niet horen en begrijpen. In hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met uw oren zult u horen en niet begrijpen, met uw ogen zult u kijken en niet zien. Want het hart van dit volk is verhard; met hun oren luisteren ze slecht en hun ogen houden ze dicht, opdat ze met hun ogen niet zien, en met hun oren niet horen, opdat ze met hun hart niet verstaan en zich bekeren, en Ik hen zou genezen. Gelukkig zijn jullie, omdat jullie ogen zien en omdat jullie oren horen. Want Ik verzeker jullie, veel profeten en rechtvaardigen hadden willen zien wat jullie zien en zij hebben het niet gezien, en hadden willen horen wat jullie horen, maar zij hebben het niet gehoord. Luisteren jullie dan naar de gelijkenis van de zaaier. Telkens wanneer iemand het woord van het koninkrijk hoort en het niet begrijpt, komt de boze en rooft weg wat in zijn hart is gezaaid. Dat is degene die op het pad is gezaaid. Die op de rotsgrond is gezaaid, dat is degene die het woord hoort en meteen met vreugde aanneemt. Hij is niet echt geworteld, hij is iemand van het ogenblik; als er dan onderdrukking of vervolging ontstaat vanwege het woord, komt hij meteen ten val. Die tussen de distels is gezaaid, dat is degene die het woord hoort; maar de zorgen om het bestaan en de begoocheling van de rijkdom verstikken het woord, en hij blijft zonder vrucht. Die in goede aarde is gezaaid, dat is degene die het woord hoort en begrijpt en die draagt dan vrucht: de een honderdvoudig, de ander zestigvoudig, weer een ander dertigvoudig.’

Archief preken