Kies uw kerk

Preek van de week

2017-10-01. Tegenstellingen

Preek 26ste zondag van het jaar, A

 

Eerste lezing: Ezechiël 18, 25-28

Evangelie: Matteüs 21, 28-32

Vandaag wordt ons voorgehouden dat we vaak kronkelige wegen gaan. Ons pad, de weg die we gaan door het leven is niet recht. Maar is dat erg? We horen dat ook God niet rechtlijnig is.
Wanneer in de H. Schrift sprake is van twee broers, zoals vandaag, of twee zussen, dan blijken die dikwijls elkaars tegenpolen te zijn. Denken we aan Martha en Maria, aan de oudste en de jongste zoon en vandaag in het evangelie de twee zonen die gevraagd worden te gaan werken in de wijngaard. Die tegenpolen zijn dan twee kanten van het leven en meestal vinden we die beiden terug bij onszelf.
Ook de evangelielezing van vandaag houdt ons op die manier een spiegel voor: 'Ik zeg nee, en ik doe ja; en soms zeg ik ja en doe dan nee'. Als we eerlijk zijn, dan zullen we moeten erkennen, dat ons dit nogal eens overkomt.

Het meest bekende ja-woord dat mensen elkaar geven, is het ja-woord bij de huwelijkssluiting. En ik ben ervan overtuigd - ik heb het al vaak horen klinken - dat een bruidspaar dan ook met heel hun hart meent wat men zegt. Maar ik weet ook dat later, soms veel later, mensen moeten erkennen, dat hun ja toch vermengd was met een nee. Want in de praktijk van alledag merk je pas hoe een ja, dat met de mond is uitgesproken in feite nog veroverd moet worden, veroverd op jezelf. En dat betekent dat je leven meestal gekarakteriseerd wordt door een ja en nee tegelijk.

Dit besef kan ons tot bescheidenheid brengen. We zijn niet helemaal goed of helemaal slecht; we zijn het beide. En wat geldt voor onszelf geldt zeker ook voor de ander en voor de wereld waarin we leven.
Want daar gaat het ook over in de lezingen van vandaag. We hebben nogal gemakkelijk een oordeel klaar; we weten zo goed wat er bij de ander aan mankeert. We delen onze wereld in in goed en slecht, in zwart en wit, en we vergeten gemakshalve dat het onkruid en de tarwe meestal samen opgroeien, zoals elders in het evangelie vermeld staat.

Matteus 21, 28-32

Matteus 21, 28-32

In de eerste lezing horen we hoe de profeet Ezechiël felle woorden spreekt tegen mensen die God verwijten, dat Hij niet rechtlijnig genoeg is. Het lijkt er wel eens op dat mensen het liefst zouden zien, dat God zonder pardon het goede loont en het kwade straft. Dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Maar die duidelijkheid weigert Hij ons te bieden. God heeft blijkbaar meer begrip voor ons, dan wij zelf vaak hebben. Hij weet hoe dubbel wij staan in het leven. Rechtlijnigheid is niet goed, doet onrecht aan mensen die ja en nee zijn. God volgt daarom een andere weg. Hij geeft ruimte, nodigt uit en is zelfs blij, wanneer wij eerst nee zeggen en achteraf tot bekering komen.

Nadenken over de weg die we gaan, soms inzien dat we een verkeerde weg gaan en dan terugkeren op onze weg of nieuwe wegen gaan, het kan een eerlijke poging tot bekering zijn. Het gaat om een groeiproces, waarin we de tegenstellingen ook bij onszelf leren verzoenen. En zo’n groeiproces is nooit rechtlijnig.

 

Amen

Ezechiël 18, 25-28

        Alleen wie zondigt zal sterven
Hier brengt u tegenin: “De weg van de Heer is niet recht!” Luister toch, volk van Israël: Zou mijn weg niet recht zijn? Zijn het niet eerder uw wegen die niet recht zijn? Als een rechtvaardige afwijkt van de weg van gerechtigheid en kwaad gaat doen, zal hij om die reden sterven; vanwege het kwaad dat hij gedaan heeft zal hij sterven. En als de goddeloze zich bekeert van de zonden die hij gedaan heeft en naar recht en wet handelt, dan blijft hij in leven. Hij is tot beter inzicht gekomen en heeft gebroken met zijn wangedrag; hij zal in leven blijven en niet sterven.

Evangelie: Matteüs 21, 28-32

        Gelijkenis van een vader met twee zonen
Maar wat denkt u hiervan? Iemand had twee zonen. En hij ging naar de eerste en zei: “Jongen, ga vandaag in de wijngaard werken.”  Hij antwoordde: “Nee, ik wil niet.” Later bedacht hij zich en ging toch.  Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Die antwoordde: “Goed, heer.” Maar hij ging niet.  Wie van de twee heeft de wil van de vader gedaan?’ Ze zeiden: ‘De eerste.’ Jezus zei hun: ‘Ik verzeker u, tollenaars en hoeren gaan u voor naar het koninkrijk van God.  Toen Johannes naar u toe kwam op de weg van de gerechtigheid, hebt u hem geen geloof geschonken. De tollenaars en de hoeren hebben hem wel geloof geschonken. Maar u hebt zich ook later, toen u dat zag, niet bedacht en hem geen geloof geschonken.

Archief preken