Kies uw kerk

Preek van de week

2018-03-18. God woont in de liefde

        Preek 5de zondag in de veertigdagentijd 2018, B

Eerste lezing: Jeremia 31, 31-34

Evangelie: Johannes 12, 20-33

Een hele tijd terug bezocht ik een parochiaan in het hospice. Het begon een beetje zomer te worden. de ramen stonden open. Een zachte wind liet de bloesemtakken voor het raam wuiven. Mijn gastheer sprak bedachtzaam en traag. Hij moest zuinig zijn op zijn zuurstof. Toen hij enige tijd genietend naar buiten had gekeken zei hij ineens: ‘Eigenlijk ga ik niet dood. Ja, dit lichaam loopt op zijn eind’. Hij spreidde zijn armen en handen aan weerszijde van zijn lijf als een gebaar van hulpeloze overgave. Maar ik ben niet alleen dit lichaam. Ik hoor bij de schepping van God....’ Hij zweeg even en keek me onzeker aan. Zou ik het gek vinden wat hij zei? Hij ademde rustig verder. ‘Ik ben een onderdeel van de aarde en van het heelal. Die bloesem daar is nog een hele verre achternicht van me.’ Hij lachte schraal. Ik hoor bij al wat uit God voortkomt en dat is nog lang niet klaar. Dit lichaam is bijna afgelopen. Maar ze zullen nog veel van me horen!’ Elk voorjaar als de natuur ontwaakt, ben ik er, ook al ben ik gestorven.

Wie zich aan zijn lichaam vastklampt zal het verliezen. Wie het kan loslaten zal het winnen. Dat bedoelde Jezus dus. Ons leven is niet alleen dit ikke-ikke-ikke. En natuurlijk verdringen we maar liefst onze sterfelijkheid terwijl het net zo bij het leven hoort als de geboorte.

Een gelovige mens weet dat hij het leven niet van zichzelf heeft en ook niet alleen voor zichzelf leeft. We leven het leven om het te geven en vruchtbaar te laten zijn. Dat maakt dat je bewuster leeft en ook bewuster geniet. Het maakt dat je belangrijke dingen niet eindeloos uitstelt. Een ruzie bijleggen, iemand je waardering laten blijken, een bezoek brengen…. je moet het niet uitstellen tot het niet meer kan. Als je je bewust bent van je sterfelijkheid weet je ook dat bezit geen eeuwigheid geeft aan het leven, eens moet je het allemaal loslaten, het leven is tijdelijk en je mag er iets goeds mee doen. De Liefde waartoe Jezus oproept tot een werkelijkheid maken.

‘God woont in de liefde’, hoor ik Johannes zeggen. Wie zijn ikke kan loslaten valt in God terug. Of zoiets. Ik weet ook niet goed hoe ik het zeggen moet. En waarom zou ik het duidelijker kunnen zeggen dan Jezus deed?

Johannes 12, 20-33

Johannes 12, 20-33

‘Ik ben een rare snuiter, hè?’ Degene die ik bezocht in het hospice keek me aan. Hij wilde wel eens horen of ik hem begreep. Op zijn nachtkastje lag een versleten schoolbijbeltje. ‘Mag ik je iets voorlezen?’ Hij zocht het evangelie van Johannes, dat van vandaag, en las: ‘Als een graankorrel niet in de akkergrond sterft blijft hij onvruchtbaar. Wie zich aan zijn leven vastklampt, verliest het; maar wie zichzelf prijsgeeft zal het behouden voor het eeuwig leven.’
Hij zei er verder niets meer over. Vroeg of ik een zuurtje wilde. En of ik even een verpleegster kon roepen. We namen afscheid. ‘Die tekst uit het evangelie, die lees je toch voor tijdens de begrafenis?’ zei hij bij het afscheid met een brede grijns.
En zo geschiedde, deze parochiaan hield mij en nu ook u weer een mooie spiegel voor. Voor ons allen geldt wat het evangelie stelt: wie zich aan het leven vastklampt verliest het; maar wie zichzelf prijsgeeft zal het behouden voor het eeuwig leven.’

 

Amen

Afbeelding: Christus en de Grieken

        Te bewonderen: in de St-Walburgakerk, Oudenaerde, België.

Kerkraam: omstreeks 1860

Met dank aan: http://www.beeldmeditaties.nl


De kunstenaar heeft de drie vlakken waarin het kerkraam verdeeld is, gevuld met de drie groepen uit het verhaal. In het midden zien we Jezus; links leerlingen en rechts edelen. De leerlingen links bevinden zich onder een elegant afdakje.
Rechts zien we de edelen. De voorste, zo te zien de oudste, is op één knie neergevallen, zijn handen enigszins geheven in het begin van een gebedshouding. Daarachter een geestelijke in zijn dienst. Op de achtergrond een vaandeldrager. Zij zijn de Grieken die verlangen Jezus te zien.
In het midden Jezus. Hij kijkt nog even om naar zijn leerlingen die bij Hem bemiddeld hebben voor deze vreemdelingen. Intussen stapt hij van de trapjes af in hun richting. Jezus daalt naar hen af. Zoals Hij ook uit de hemel zal neerdalen om zich bij ons op onze wereld te voegen. Blijkbaar staat Hij boven deze toch hooggeplaatste personen. Dat Hij zich toewendt tot niet-gelovigen wordt nog eens onderstreept door het feit dat Hij de veilige beschutting van het afdak verlaat en in de open lucht treedt.

Jeremia 31, 31-34

        Er is hoop voor de toekomst
Er komen dagen – godsspraak van de Heer – dat Ik met Israël en Juda een nieuw verbond sluit; geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb, toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden. Want dit verbond hebben zij verbroken hoewel Ik hun meester was – godsspraak van de Heer. Dit is het nieuwe verbond dat Ik in de toekomst met Israël sluit – godsspraak van de Heer: Ik schrijf mijn Wet in hun binnenste, Ik grif die in hun hart. Ik zal hun God zijn, en zij zullen mijn volk zijn. Dan zal niemand meer zijn medeburger onderrichten, noch tegen zijn broeder zeggen: “Leer de Heer kennen.” Want iedereen, groot en klein, kent Mij al – godsspraak van de Heer. Ik vergeef hun misstappen, Ik denk niet meer aan hun zonden.’

Evangelie: Johannes 12, 20-33

        Jezus’ laatste openlijke optreden
Nu waren er ook Grieken onder de pelgrims die ter gelegenheid van het feest aan de eredienst kwamen deelnemen. Ze wendden zich tot Filippus, die afkomstig was uit Betsaïda in Galilea, met het verzoek: ‘We zouden Jezus willen ontmoeten.’ Filippus ging dit bespreken met Andreas en samen gingen ze toen de zaak aan Jezus voorleggen. Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Het uur is gekomen dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt. Waarachtig, Ik verzeker jullie: als een graankorrel niet in de akkergrond sterft, blijft hij onvruchtbaar. Maar hij moet sterven, alleen dan brengt hij rijke vruchten voort. Wie zich aan zijn leven vastklampt, verliest het; maar wie zijn leven prijsgeeft in deze wereld, zal het behouden voor het eeuwig leven. Wie Mij wil dienen, zal Mij moeten volgen, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn: wie Mij dient, zal erkenning vinden bij de Vader. Nu het zover is, is mijn ziel ontsteld. Zal Ik dan zeggen: “Vader, red Mij uit dit uur”? Nee, want juist daarom ben Ik gekomen: met het oog op dit uur. Vader, verheerlijk uw naam!’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Die heb Ik al verheerlijkt en ook nu zal Ik Hem verheerlijken.’ De mensen die hadden staan luisteren, dachten dat het gedonderd had. Maar sommigen zeiden: ‘Er heeft een engel tegen Hem gesproken.’ Jezus zei echter: ‘Niet voor Mij heeft die stem geklonken, maar voor u. Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld, nu gaat de vorst van deze wereld onttroond worden. Ikzelf moet van de aarde omhoog geheven worden en zo haal Ik allen naar Mij toe.’ Hiermee kondigde Hij aan op welke manier Hij zou sterven.

Archief preken