Kies uw kerk

Preek van de week

2018-07-01. uitgroeien tot volwassen mensen

Preek 13de zondag van het jaar, B

Eerste lezing: Wijsheid 1, 13-15; 2, 23-24

Evangelie: Marcus 5, 21-43

De eerste lezing is genomen uit het boek wijsheid. De wijsheid in de H. Schrift omvat dat grote geheel van normen en waarden, van levenswijsheid en levens cultuur, die de bedding vormen van de samenleving. Het heeft te maken met de uitdagingen die het leven stelt, met visie, durf en moed, met de mogelijkheden van wetenschap en techniek, maar ook met de beperkingen, de grenzen van het leven. Het heeft te maken met recht en gerechtigheid, met haat en angst. Hoe herken je grootspraak, loze praat?
In de H. Schrift heeft de wijsheid dan ook met God van doen. En gelukkig de mens die iets van die wijsheid bezit.

De wijsheid, ook in de H. Schrift, is aan de ene kant heel tijdgebonden. De samenleving van toen is totaal verschillend van de onze. Maar tegelijk proeft de goede verstaander hoe deze wijsheid toch ook trekken heeft, die de tijd overstijgen en die een zeggingskracht hebben tot in onze dagen toe

Jaïrus, overste van de synagoge, heeft een dochtertje dat doodziek is. Hij vraagt Jezus om het de handen op te leggen en te genezen. Op het eerste gezicht lijkt het hier te gaan om een vader die hulp zoekt voor zijn kind dat op sterven ligt. Met alle emoties, die dat oproept. En Jezus is dan de reddende engel die het kind geneest. Ik denk dat het verhaal dieper gaat. Immers: Aan het einde van het verhaal horen we dat het meisje twaalf jaar oud is en dat is precies de leeftijd, waarop je in de traditie van Israël van kind jongvolwassene wordt.

Opwekking van de dochter van Jairus

Opwekking van de dochter van Jairus

Jezus gaat met Jaïrus mee. Maar het verhaal wordt onderbroken doordat een vrouw Jezus aanraakt, een vrouw die twaalf jaar aan bloedvloeiing lijdt. Zij is in de joodse traditie van toen onrein en staat buiten de gemeenschap. Zij is dood en heeft geen toekomst. Ook zij zoekt bij Jezus hulp. Het gaat dus om een meisje van twaalf dat dood gaat, iemand dus die op het punt staat volwassen te worden, en om een vrouw die - volwassen geworden, als vrouw voor de samenleving dood is - beider verhalen lopen in elkaar over. En dat is blijkbaar ook de bedoeling van Markus.

Doodgaan en buitengesloten worden, niet meer aan het leven kunnen deelnemen. Het gaat erom in het evangelie hoe je mensen weer aan het leven kunt laten deelnemen. En daar is vaak veel wijsheid voor nodig. Ik denk wel eens ooit: onze samenleving voedt jonge mensen op met kennis en wetenschap, maar voor de wijsheid van het leven is de jeugd en niet alleen zij tegenwoordig aangewezen op de wijsheid van hun mobieltjes met zijn selfies en ik-cultuur.

De schriftlezingen zijn een oproep om heel zorgvuldig te kijken naar alles wat mensen helpt om uit te groeien tot volwassen mensen. En alles wat daartoe bijdraagt mag je samenvatten met het woord wijsheid. Jezus heeft een woord van leven voor de vrouw die aan bloedvloeiing leed, hij heeft een woord van leven voor het meisje dat vrouw wordt.
Wij zeggen wel eens ooit: Wat is wijs?
Dat heeft niets te maken met kennis, maar dat heeft te maken met de keuzes die je maakt. Die wijsheid om tot goede keuzes te komen doe je op in de school van het leven.
Over die wijsheid gaat in de H. Schrift en die wijsheid wens ik ons toe.

 

Amen

De opwekking van de dochter van Jairus

        Schilder Ilja Repin (1844 - 1930)

Datum: 1871

Techniek: olieverf op doek (229 × 382 cm)

Te bewonderen in: Rusland Museum, St. Petersburg, Rusland

Naast maatschappijkritisch werk vervaardigde Repin enkele historische taferelen en vooral veel portretten, o.a. van Moessorgski en Tolstoj. Op de academie schilderde hij een aantal bijbelse taferelen. Voor zijn afstudeerwerk ‘De opwekking van de dochter van Jaïrus’ ontving hij een gouden medaille en een beurs voor maar liefst zes jaar studie in het buitenland.

Wijsheid 1,13-15; 2, 23-24

        Aansporing tot gerechtigheid
God heeft de dood niet gemaakt en Hij vindt geen vreugde in de ondergang van hen die leven, maar alles heeft Hij voor het zij geschapen en de schepselen in de wereld zijn heilzaam; er is geen kruid bij dat verderf brengt en de onderwereld heerst niet over de aarde, want de gerechtigheid is onsterfelijk.

Vergissing van de goddeloze
God heeft de mens immers geschapen voor een onvergankelijk leven en Hij heeft hem gemaakt tot een beeld van zijn eigen eeuwigheid, maar door de afgunst van de duivel is de dood in de wereld gekomen en hij wordt ondergaan door diens aanhangers.

Marcus 5, 21-43

        Ziekte en dood overwonnen
Jezus was weer met de boot naar de overkant gegaan, daar verzamelde zich een grote menigte bij Hem. Dat was aan het meer. Daar kwam Jaïrus aan, een van de synagogebestuurders. Toen hij Jezus zag, wierp hij zich aan zijn voeten en smeekte Hem dringend: ‘Mijn dochtertje is doodziek. Kom mee en leg haar de handen op, zodat ze gered wordt en in leven blijft.’ Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem, en ze drongen tegen Hem op. Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan vloeiingen leed. Ze had veel te lijden gehad van allerlei dokters en alles uitgegeven wat ze had, en er geen baat bij gevonden; ze was er eerder op achteruitgegaan. Omdat ze over Jezus gehoord had, kwam ze door de menigte naar Hem toe en raakte van achteren zijn kleren aan. ‘Want’, dacht ze, ‘als ik zijn kleren maar aanraak, zal ik gered worden.’ Meteen droogde de bron van haar bloed op, en ze voelde aan haar lichaam dat ze van haar kwaal was genezen. Maar Jezus, die zelf meteen voelde dat er een kracht van Hem was uitgegaan, draaide zich in de menigte om en zei: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ Zijn leerlingen zeiden tegen Hem: ‘U ziet hoe de menigte tegen U opdringt, en U zegt: “Wie heeft Mij aangeraakt?” ’ Maar Hij keek rond om de vrouw te zien die dat gedaan had. De vrouw werd bang en begon te beven, omdat ze wist wat er met haar gebeurd was. Ze kwam naar voren, wierp zich voor zijn voeten en vertelde Hem de hele waarheid. Maar Hij zei haar: ‘Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding; ga in vrede, en blijf van uw kwaal verlost.’ Hij was nog niet uitgesproken of daar kwamen mensen uit het huis van de synagogebestuurder om hem te zeggen: ‘Uw dochter is gestorven. Wat valt u de meester nog lastig?’ Maar Jezus, die opving wat er gezegd werd, zei tegen de synagogebestuurder: ‘Wees niet bang, heb maar vertrouwen.’ Hij liet niemand met zich meegaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. Ze kwamen bij het huis van de synagogebestuurder, en Hij zag de drukte van huilende en rouwende mensen. Hij ging naar binnen en zei: ‘Waarom die drukte en die tranen? Het kind is niet gestorven, het slaapt.’ Ze lachten Hem uit. Maar Hij stuurde ze allemaal naar buiten, nam de vader en moeder van het kind en zijn metgezellen mee, en ze gingen het vertrek binnen waar het kind lag. Hij pakte het kind bij de hand en zei haar: ‘Talita koem.’ In vertaling betekent dat: Meisje, Ik zeg je, sta op. Meteen stond het meisje op en liep rond. Ze was twaalf jaar. Ze raakten buiten zichzelf van opwinding. Hij beval hun met nadruk dat niemand dit te weten zou komen, en Hij vroeg hun om haar eten te geven.

Archief preken