Kies uw kerk

Preek van de week

2018-07-29. Wie het kleine niet eert

Preek 17de zondag van het jaar, B

Eerste lezing: 2e boek der Koningen 4, 42-44

Evangelie: Johannes 6, 1-15

Een Bijbelverhaal kan soms een paar woorden of een zin bevatten, waar je gemakkelijk overheen leest, of waarvan je de draagwijdte bij een eerste lezing ontgaat. Zo'n zinnetje hebben wij zojuist gehoord. Andreas, de broer van Petrus, zegt tegen Jezus: hier is een (kleine) jongen, die vijf gerstebroden heeft, en twee visjes. En dan komt het zinnetje: maar wat is dit voor zo veel mensen? Eerst denk je: ‘echt een kind’. In zijn kleine handjes houdt hij de broden en de visjes, voor hem een aardig vrachtje, stevig vast. Zijn handjes zijn geheel gevuld. Hij ziet niet naar de vele mensen, maar naar zijn volle handjes. Het is dat Andreas de jongen gezien heeft, anders zou hij tussen die vele mannen en vrouwen onzichtbaar zijn geweest. Over het hoofd gezien.

De jongen is klein. Johannes vermeldt dat uitdrukkelijk. Zijn handjes zijn klein. De hoeveelheid eten is klein. De nadruk op klein brengt ons bij een van de grondpijlers van de heilige Schrift. Het volk van God, zijn vrienden en vriendinnen, zijn bondgenoten en gezellen, is maar een klein volk. Jezus noemt zijn volgelingen een kleine kudde. Weest niet bang, zegt Hij.

Hoe groot is onze gemeenschap hier in Best? En hoe velen daarvan komen er geregeld hier naar de kerk en wie wekelijks? En van degenen die komen, hoe velen zijn er vrijwilliger? Het is een kleine groep die als maar kleiner lijkt te worden, maar niets is minder waar!

Johannes 6, 1-15

Johannes 6, 1-15

Het kind in ons verhaal is ook niet bang. Het heeft met grote ogen naar Andreas opgezien en gezegd: ik heb hier voedsel voor allemaal. Om de betekenis van het belangrijke verhaal over het broodwonder te ontdekken en te verstaan, is aandacht voor het kleine een absolute vereiste. Klein heeft dan vele facetten.

Het kind houdt vijf broden vast in zijn handjes. Als bijbellezer word je dan nieuwsgierig en vraag je: waarom vijf? Vijf is het getal voor de hand van God. De hand, die ons wordt aangereikt, die ons wenkt, die ons op de been houdt, die ons zegent.
En waarom heeft de jongen dan twee visjes in zijn handen? Wel, twee is vaak een verwijzing naar de mens en zijn wereld. Het is niet goed dat de mens alleen is, staat er geschreven. Twee helpt ons eraan te denken, dat een mens alleen het op den duur niet redt.

Het jongetje draagt in zijn handjes de bron van ons aller geluk. Andreas mag dan vragen: ‘wat is dat voor zoveel mensen?’, voor Jezus is het genoeg. Hij doet de mensen neerzitten. Er is gras. Bij deze bron is het goed toeven. Deze bron vloeit voor allen, die het kleine hoogachten. Er is meer dan genoeg. Twaalf korven blijven over. Voor vandaag, voor morgen, voor altijd. Ook voor ons.

 

Amen

The Multiplication of the Loaves and Fishes

        Schilder : Giovanni Lanfranco (1582-1647)

Afmeting: 229 x 426 cm

Datum:1624-1625

Techniek: Olie op canvas

Te bewonderen in het National Gallery of Ireland, Dublin.

Een van de meest ambitieuze programma’s van zijn tijd was de opdracht voor de schilderijen voor de kapel van het Heilig Sacrament in St. Paulus-buiten-de-Muren in Rome. Lanfranco volbracht de taak in minder dan twee jaar. Een productie van acht olie doeken en drie fresco's. Deze cyclus van schilderijen wordt beschouwd als een van de meesterwerken van de pre-barok periode en één van de meest succesvolle verwezenlijkingen van Lanfranco. Met uitzondering van twee van de fresco's, zijn de werken nu in verschillende galeries te bezichtigen.
De twee schilderijen in Dublin zijn de grootste van de hele serie en werden verplaatst, samen met de anderen, als gevolg van opstijgend vocht in de kapel.
Het getoonde schilderij toont een staande Christus die op wonderbaarlijke wijze de omringende menigte voedt. Het is een zeer kleurrijke scène, die veel latere schilders heeft geïnspireerd.
Het tweede schilderij staat voor het laatste thema van de cyclus, de goddelijke instelling van de Eucharistie tijdens het Laatste Avondmaal.

2e boek der Koningen 4, 42-44

        De broodvermenigvuldiging
Op een dag kwam er iemand uit Baäl-Salisa. In zijn tas bracht hij voor de man van God van de eerstelingen van de oogst twintig gerstebroden en wat vers koren mee. Elisa zei: ‘Geef de mannen maar te eten.’ Zijn dienaar antwoordde: ‘Hoe kan ik dat nu voorzetten aan honderd man?’ Maar hij herhaalde: ‘Geef het de mannen te eten. Want zo spreekt de HEER: “Zij zullen eten en overhouden.” ’ Nu zette hij het de mannen voor. Zij aten en hielden nog over, zoals de HEER gezegd had.

Johannes 6, 1-15

        Jezus geeft vijfduizend mensen te eten
Enige tijd later stak Jezus het meer van Galilea over, ook het meer van Tiberias genoemd. Een grote massa mensen volgde Hem omdat ze de tekenen gezien hadden die Hij aan de zieken verrichtte. Jezus trok het gebergte in en ging daar zitten met zijn leerlingen. Het was kort voor het Joodse paasfeest. Toen Jezus zijn ogen opsloeg en zag dat er een massa mensen naar Hem toestroomde, zei Hij tegen Filippus: ‘Waar zullen we brood halen om al die mensen te eten te geven?’ Dit zei Hij bij wijze van proef; Hij wist zelf wel wat Hij ging doen. Filippus antwoordde: ‘Zelfs als we voor tweehonderd denariën brood kopen, is dat niet genoeg om ieder ook maar een klein stukje te geven.’ Een van zijn leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, merkte op: ‘Er is hier een jongen die vijf gerstebroden en twee gedroogde visjes bij zich heeft; maar wat hebben we daaraan voor zo’n aantal?’ Hierop zei Jezus: ‘Zeg tegen de mensen dat ze moeten gaan zitten.’ Er was daar veel gras en ze gingen dus zitten; er waren ongeveer vijfduizend mannen. Daarop nam Jezus de broden, en na het uitspreken van het dankgebed deelde Hij ze uit onder de aanwezigen, en zo ook de vissen, zoveel ze maar wilden. Nadat ze volop hadden kunnen eten zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven brokken, zodat er niets verloren gaat.’ Ze verzamelden ze dus: twaalf korven vulden ze met brokken die van de vijf gerstebroden na de spijziging waren overgebleven. Bij het zien van het teken dat Jezus verricht had, zeiden de mensen: ‘Dit is ongetwijfeld de profeet die in de wereld komen zou.’ Omdat Jezus doorhad dat ze Hem met alle geweld gingen meenemen en tot koning uitroepen, trok Hij zich weer, geheel alleen, in het gebergte terug.

Archief preken