Kies uw kerk

Preek van de week

2019-03-03. Carnaval

Preek 8ste zondag van het jaar, C

 

Eerste lezing: Jezus Sirach 27, 4-7

Evangelie: Lucas 6, 27-38


Spreuken geven vaak kort en kernachtig aan waar het om gaat. Met de spreuken van Jezus Sirach, een Bijbelboek dat we niet zo vaak lezen, zou men een hele carnavalsoptocht kunnen optuigen. Vandaag gaat het over het zeven van het koren en het kaf. Het kaf van het koren scheiden is een uitdrukking geworden. Maar wat is koren en wat is kaf? En ook het beeld van de pottenbakker in de lezing is heel sterk. In het evangelie spreekt Jezus over de splinter in het oog van je broeder en de balk in je eigen oog. Ook dat vraagt natuurlijk om een carnavalswagen. Prachtige beelden. Over wijsheid gesproken. Het gaat in deze beelden om wijsheid die je alleen maar kunt leren in de school van het leven. En die vormt juist elk jaar het thema van het carnaval. En gelukkig ook met de nodige humor, want zonder humor is het leven niet alleen saai, maar worden de scherpe kanten onverdraaglijk. Humor relativeert zonder de ander belachelijk te maken.

Met carnaval worden we uitgedaagd om met een andere blik te kijken naar onszelf en naar de samenleving. En dan is er veel te zien, want als je met humor kijkt naar jezelf en naar je omgeving dan zie je hoeveel maskers wij door het jaar heen gewend zijn te dragen. Jezelf een spiegel voorhouden dat kan het beste met de nodige humor, want dat geeft ruimte om zonder gezichtsverlies jezelf te corrigeren én jezelf te blijven. Een oudere vrouw vertelde me eens dat ze met haar kleinzoon langs een bejaardencentrum liep. De jongen zei: oma gaat u daar ook wonen? Oma zei: nee, dat is iets voor oude mensen. De jongen zei: maar u bent toch oud. Nee, zei oma, ik ben helemaal niet oud. De jongen liep bedachtzaam verder en zei toen: Oma kijkt u nooit in de spiegel?

Lucas 6, 39-45

Lucas 6, 39-45

Met humor kijken naar onszelf en naar onze samenleving, ik wens dat ieder toe in deze dagen. De bijbel laat mensen zien in hun grootheid en in hun kleinheid, mensen gewoon zoals ze zijn. Met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden.

We zijn gelukkig nu eenmaal heel verschillend en iedereen wordt in zijn leven geconfronteerd met de opgave om zich met anderen te verstaan, maskers door te prikken en op zoek te gaan naar wie de ander werkelijk is, naar wie ik zelf in werkelijkheid ben. Ja, wie ben ik zonder masker? Kijkend in de spiegel.


En voor ieder die dat durft te doen kan het leven een feest zijn. En dat is precies wat carnaval voor de echte carnavalsvierder wil zijn.


Komende woensdag begint de veertigdagentijd met het uitreiken van het as-kruisje. Het is een gebaar om onze geest te reinigen van alles wat ons ziek maakt. Ook een beeld dat nauw verbonden is met Carnaval. Jij grote mens, jij kleine mens, jij bent van stof en tot stof zul je wederkeren. Het is geen bijtende spot. Het is een uitnodiging om op een nieuwe manier naar onszelf te kijken en met elkaar om te gaan, zodat we als herboren mensen straks Pasen kunnen vieren.

 

Amen

Jezus Sirach 27, 4-7

        Gevaren van de handel
Als men een zeef schudt, blijft het afval liggen: zo is de kwalijke kant van een mens in zijn berekening te vinden. Het vaatwerk van de pottenbakker wordt in de oven beproefd: zo toetst men een mens aan zijn berekening. De vrucht van de boom laat het werk van de kweker zien: zo toont de berekening de plannen in het hart van een mens. Vóór de berekening moet je een mens niet prijzen, want daarin wordt de mens op de proef gesteld.

Lucas 6, 17. 20-26

        Toespraak tot de leerlingen en het volk
Verder zei Hij tegen hen in beeldspraak: ‘Kan de ene blinde een gids zijn voor de andere? Dan vallen ze toch samen in een kuil? Een leerling staat niet boven zijn leermeester; iemand die volleerd is zal als zijn leermeester zijn. Wat kijk je naar de splinter in het oog van een ander terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen een ander zeggen: “Vriend, laat me de splinter weghalen die in je oog zit”, terwijl je de balk in je eigen oog niet ziet? Schijnheilige, haal eerst de balk uit je eigen oog; pas dan zie je scherp genoeg om de splinter weg te halen die in het oog van de ander zit. Er is geen mooie boom die zieke vruchten draagt, en evenmin een zieke boom die mooie vruchten draagt. Want iedere boom is herkenbaar aan zijn eigen vruchten. Van een doornstruik plukt men geen vijgen en van een braamstruik oogst men geen druiven. Een goed mens haalt uit de voorraad van zijn goede hart het goede tevoorschijn, en een slecht mens uit zijn slechte hart het slechte; want waar iemands hart vol van is, daarvan spreekt zijn mond.

Archief preken