Kies uw kerk

Preek van de week

2019-06-02. Liefde en eenheid

Zevende zondag van Pasen, C

 

Eerste lezing: Handelingen der apostelen 7, 55-60

Evangelie: Johannes 17, 20-26

Vandaag zijn we gekomen bij de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren. Afgelopen donderdag hebben we gevierd dat onze Heer Jezus als Christus de wereld heeft verlaten en ten hemel is opgestegen. En de leerlingen die achterbleven voelden zich van God en mens verlaten. Dat gevoel kennen wij. Het lijkt er soms op dat God zich uit deze wereld heeft teruggetrokken, als we zien wat er allemaal gebeurt.
Toch wil de evangelist Johannes zich niet door louter negatieve gevoelens laten leiden.

Jezus laat ons kennismaken met de diepste hunkering van zijn bestaan. Hij wil zeggen wat Hem altijd al bezielde. Woorden die alleen gezegd kunnen worden aan de ander die jou ten diepste kent: je vader, je moeder. Zij zijn degenen die je het leven gaven. In deze weken tussen Pasen en Pinksteren, nu we bidden om de komst van Gods Geest, horen we in de schriftlezingen telkens weer wat geestdrift vermag wanneer mensen samen ergens voor staan.
Dan is er in Eindhoven een plek waar vluchtelingen in de knel onderdak krijgen. Dan hoor je hoeveel geld er soms wordt ingezameld voor allerlei stichtingen. En hoeveel mantelzorg wordt niet heel vanzelfsprekend gegeven. Je ziet hoe er dan een andere wereld ontstaat en je ziet hoe het aanschijn van de aarde zich dan kan vernieuwen. Het woord wereld krijgt dan een nieuwe klank.

De evangelist Johannes meent dan ook dat we ons niet zomaar bij neer mogen leggen bij die negatieve wereld. Het zet een paar woorden centraal: liefde en eenheid.

Misschien zouden we voor onszelf eens moeten inventariseren, waar onze bijdrage ligt voor de opbouw van die nieuwe wereld. We zouden eens moeten kijken, wat wij doen aan vrijwilligerswerk, aan burenhulp, aan hulp op school, parochiewerk, aan opvang en begeleiding van de jeugd bij de sport, aan zorg voor mensen die vereenzamen, aan het geven van aandacht aan mensen die een naaste hebben verloren. En zo kan ik nog allerlei zaken opnoemen. Hoe attent ben ik in het schrijven van een kaart, in het even telefoneren. Of is onze bijdrage niet meer dan het kritisch volgen van alles wat er verkeerd gaat. De wereld heeft onze geestdrift nodig, maar die moet dan ook handen en voeten krijgen.

Johannes 17, 20-26

Johannes 17, 20-26

In het evangelie doet Jezus bovendien een hartstochtelijk beroep op eenheid. Ik versta dit niet zozeer als een bede om uniformiteit in geloof en denken, maar veel meer als een bede om krachten te bundelen en opnieuw geestdrift te brengen in deze wereld die zozeer verscheurd wordt door tegenstellingen. Eenheid van geest, dat biedt een enorme ruimte voor mensen van allerlei slag. Eenheid van geest is boeiend en creatief. Om die geestdrift willen wij bidden.
Moge Gods Geest ons met Pinksteren daartoe kracht geven.

 

Amen.

Handelingen der apostelen 7, 55-60

        Stefanus vermoord en de Jeruzalemse gemeente vervolgd
Maar hij stond daar, vol van de heilige Geest, hij richtte zijn blik op de hemel, zag de heerlijkheid van God, en daar stond Jezus aan Gods rechterhand. Hij zei: ‘Ik zie de hemelen open en ik zie de Mensenzoon staan aan de rechterhand van God.’ Maar ze hielden hun oren dicht, begonnen luid te schreeuwen, stormden als één man op hem af, sleurden hem de stad uit en stenigden hem. De getuigen legden hun kleren neer bij een jongeman, die Saulus heette. Ze stenigden Stefanus, terwijl hij bad: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’ Hij viel op zijn knieën en riep met luide stem: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan.’ Na deze woorden stierf hij.

Johannes 17, 20-26

        Afscheidsgebed van Jezus
Niet alleen voor hen bid Ik, maar ook voor degenen die door hun woord in Mij geloven: dat ze allen één mogen zijn. Zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, zo moeten zij in Ons zijn, zodat de wereld kan geloven dat U Mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delen in de heerlijkheid waarin U Mij hebt laten delen, opdat ze één mogen zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen zoals U in Mij; dat hun eenheid volkomen mag zijn, zodat de wereld kan erkennen dat U Mij hebt gezonden en dat U hen hebt liefgehad met de liefde die U Mij hebt toegedragen. Vader, diegenen die U Mij hebt toevertrouwd, zou Ik graag bij Mij hebben waar Ik ben, zodat ze de heerlijkheid zien waarin U Mij hebt laten delen, want vóór de grondvesting van de wereld had U Mij al lief. Rechtvaardige Vader, hoewel de wereld U niet heeft gekend – Ik heb U gekend – zijn zij het die hebben erkend dat U Mij gezonden hebt. Uw naam heb Ik hun bekend gemaakt en dat zal Ik blijven doen, opdat de liefde die U Mij hebt toegedragen, in hen mag zijn – opdat Ik in hen mag zijn.’

Archief preken