Kies uw kerk

Preek van de week

2016-01-31. De vreemdeling

Preek 4de zondag van het jaar, C

 

Eerste lezing: Jeremia 1,4-5.17-19

Evangelie: Lucas 4,21-30

 

Een mens is van zich uit steeds op zoek naar veiligheid en geborgenheid. Dit doen we thuis, op het werk en ook in de parochie. Veiligheid en zekerheid bouwen we automatisch in door steeds op dezelfde plaats te gaan zitten, geregeld dezelfde mensen op te zoeken. De bedoeling van een parochie is alles behalve een plaats te willen zijn van geborgenheid en veiligheid. Een parochie, een geloofsgemeenschap is op de eerste plaats een plek van ontmoeting. We ontmoeten er mensen die we kennen en mensen die totaal vreemd voor ons zijn. Tijdens deze ontmoeting hebben wij allen een ding gemeen: we willen Jezus ontmoeten in elkaar en onder tekens van brood en wijn.

Een gemeenschap kan pas vruchtbaar zijn als ze openstaat voor nieuwe mensen en nieuwe impulsen. Vasthouden aan het oude, lekker blijven zitten en vasthouden aan het bestaande zorgt voor vervreemding. Zo zijn we niet langer vreemden van elkaar.

Vandaag horen we Jezus oproepen om in te zien dat alleen vertrouwde banden niet werken. De vreemdeling, de onbekende, het vreemde, het onbekende is een deel van ons leven in Jezus. Profeten en Jezus worden steeds weer door God uitgezonden naar plekken waar zijzelf niet bekent zijn. Jezus wordt in zijn eigen stad Nazareth niet gekend, Elia moest naar een onbekende weduwe in een vreemd land, de Syriër Naäman moest naar de voor hem onbekende profeet Elisa.

Zo begrijpen we de eerste lezing beter waarin de profeet Jeremia twee dingen te horen krijgt. Eén: je opdracht zal veel pijn en moeite kosten. En twee: weet dat, wat er ook gebeurt Ik je ken en bij je zal zijn.
Jezus bemerkte aan den lijven dat hij voor zijn plaatsgenoten een vreemde was geworden.

Welke boodschap zit er nog meer in voor ons in dit evangelie? Laten we onze eigenhouding onder de loep nemen.
Laat ik mij verrassen door nieuwe inzichten, nieuwe woorden, nieuwe mensen en meningen? Geef en laat ik voldoende ruimte om de Geest haar of zijn werk te laten doen? Hoe open ben ik naar vreemden die te gast zijn in onze kerk? Bemoedig ik mensen die nieuwe wegen gaan?
Dit alles is een graadmeter of wij als parochie vruchtbaar en levensvatbaar zijn.

Een vreemdeling blijft een vreemdeling als ik mijn hart voor haar of hem sluit. Een vreemdeling wordt een vriend of vriendin als ik mijzelf laat kennen.

 

Amen

Jezus afgewezen in Nazareth

Schilder: F. Alexandre Bida (1813–1895)

van "Illustraties van het leven van Christus"
Uitgever: Edward Eggleston, New York: Fords, Howard, en Hulbert, 1874

Lucas 04, 21-30

Lucas 04, 21-30

Jeremia 1,4-5.17-19

De roeping van Jeremia
Het woord van de Heer kwam tot mij: ‘Voordat Ik u in de moederschoot vormde, koos Ik u uit; voordat u geboren werd, bestemde Ik u voor Mij; als profeet voor de volken heb Ik u aangewezen.’
Omgord uw lendenen, sta op en zeg hun alles wat Ik u opdraag. Laat u door hen geen angst aanjagen; anders jaag Ik u angst aan voor hen. Ik maak vandaag een versterkte stad van u, een ijzeren zuil, een koperen muur tegenover het hele land: de koningen en edelen van Juda, de priesters en de burgers. Zij zullen u bestrijden, maar u niets kunnen doen. Want Ik ben bij u om u te redden – godsspraak van de Heer.’

Lucas 4,21-30

In de synagoge van Nazaret
Toen begon Hij hen toe te spreken: ‘Vandaag is het Schriftwoord dat u gehoord hebt in vervulling gegaan.’ Ze betuigden Hem allemaal hun bijval en verbaasden zich over de woorden van genade die uit zijn mond vloeiden en zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’ Hij zei tegen hen: ‘U zult Mij ongetwijfeld het spreekwoord voorhouden: Dokter, genees jezelf! Doe ook hier in je vaderstad wat, naar wij hoorden, met Kafarnaüm is gebeurd.’ Hij vervolgde: ‘Ik verzeker u, geen profeet is zijn vaderstad welgevallig. Om u de waarheid te zeggen, er waren veel weduwen in Israël ten dage van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef, zodat er een zware hongersnood kwam over het hele land. Toch werd Elia naar niemand van die vrouwen gestuurd, maar wel naar een weduwe in Sarepta bij Sidon. En er waren veel melaatsen in Israël ten tijde van de profeet Elisa; toch werd niemand van hen gereinigd, maar wel de Syriër Naäman.’ Toen ze dit hoorden werd de hele synagoge ziedend van woede; ze sprongen op, sleurden Hem de stad uit en dreven Hem tot aan de rand van de berg waarop hun stad was gebouwd, om Hem in de afgrond te duwen. Maar midden tussen hen door ging Hij zijns weegs.

Archief preken