Kies uw kerk

Preek van de week

2015-12-13. Deuren open voor barmhartigheid.

Preek 3de zondag van de advent, C

 

Eerste lezing: Sefanja 3,14-18a

Evangelie: Lucas 3,10-18

 

Vandaag horen twee profeten aan het woord. In de eerste lezing is dit de profeet Sefanja en in het evangelie Johannes de Doper. Een profeet in Bijbelse zin is een vrouw of man die de stem van God vertolkt. Het is iemand die de tijd duidt met al haar problemen en gevaren. Bovenal is het iemand die waarschuwt voor gevaren en oproept tot verandering.

De profeet Sefanja leeft in een tijd waarin het grote koninkrijk van koning David volledig ineen is gestort. De Assyriërs heersen en mensen zijn volkomen afhankelijk van hun wrede bezetter. U begrijpt het al, een wurggreep waar je niet meer uitkomt. In deze tijd waarin ieder een veilig heenkomen zoekt, de moed laat zakken of vlucht voor de werkelijkheid, klinkt een stem: “Verheug je, God is de reddende held. Door zijn liefde worden we nieuw, jubel van vreugde.”
Waarom doet Sefanja dit? Hij heeft als geen ander de macht van de boze in eigen stad gezien. Een stad waarin rijkdom wordt vergaard, om macht te bezitten. Waar bedrog regeert over menselijkheid. Wie kan er hier en nu nog geloven in God?

Johannes de Doper ontdekte in dezelfde stad precies hetzelfde, maar nu een paar honderd jaar later! Net als Sefanja roept hij op tot bekering. En de mensen, die luisteren en vragen naar het hoe. Hij zegt niet wat iedereen verwacht: “Jullie zijn schuldig aan onrecht, jullie zijn schuldig aan onderdrukking en geweld”. Nee, hij zet hen er toe aan om binnen hun leven en werk – want het leven is nu eenmaal wat het is – rechtvaardig en eerlijk te handelen. Hij zegt: “Soldaten pers niemand geld af, weest tevreden met je soldij, omstanders deelt met wie niets heeft, tollenaars vraag niet meer dan nodig”. Het is de taal van een echte profeet.
God is barmhartig, ziet om naar ieder mens, in welk tijdsgewricht ook wordt geleefd en hoe uitzichtloos de situatie ook mag zijn.
God wil elk mens beter maken en als zichtbaar teken daarvan heeft paus Franciscus het jaar van Barmhartigheid uitgeroepen. Hij heeft de spreekwoordelijke ‘heilige deur’ wagenwijd open gezet om te benadrukken dat het christelijk geloof een godsdienst is van barmhartigheid. ‘De wereld heeft er behoefte aan te ontdekken dat God vader is, dat Hij barmhartigheid is, dat wreedheid niet de weg is, dat veroordeling niet de weg is.’ Hieraan voegt de paus toe dat ‘de Kerk zelf soms de harde lijn volgt, bezwijkt onder de verleiding om de harde lijn te volgen, onder de verleiding om slechts morele normen te onderstrepen, terwijl zoveel mensen buiten blijven’.

Profeten van barmhartigheid gevraagd. Toen, nu en in de toekomst. Laten we de deuren openen…

 

Amen

Bacchus (1513-1516)

Schilder Leonardo da Vinci (1452 – 1519)

olieverf op paneel (69 × 57 cm)

Te bezichtigen in: Musée Du Louvre, Paris, France

Johannes wijst met zijn rechterwijsvinger naar de hemel, misschien ter aankondiging van de komst van Christus.

Dit is het laatste schilderij dat Leonardo maakte.

Lucas 03, 10-18

Lucas 03, 10-18

Sefanja 3,14-18a

Oproep tot vreugde
Jubel, dochter van Sion! Juich, Israël. Verheug u en wees blij met heel uw hart, dochter van Jeruzalem! De Heer heeft uw vonnis tenietgedaan, Hij heeft uw vijanden weggejaagd. De koning van Israël, de Heer, Hij is binnen uw muren: u hebt geen kwaad meer te vrezen. Op die dag zal men tegen Jeruzalem zeggen: ‘Wees niet bang, Sion; laat uw handen niet verslappen. De Heer uw God is binnen uw muren, een reddende held. Hij zal zich verheugen in vreugde om u en zijn liefde stilzwijgend laten blijken. Hij juicht uit vreugde over u.’
        Terugkeer en herstel
De gekwelden haal Ik daar bij u weg, zij blijven ver van het feest.

Lucas 3,10-18

Optreden van Johannes
De mensen vroegen hem: ‘Wat moeten wij dan doen?’ Hij gaf hun ten antwoord: ‘Wie twee stel kleren heeft, moet delen met iemand die niets heeft, en wie te eten heeft, moet hetzelfde doen.’ Ook tollenaars kwamen zich laten dopen en zeiden: ‘Meester, wat moeten wij doen?’ Tegen hen zei hij: ‘Vorder niet meer dan u is voorgeschreven.’ Ook soldaten stelden hem de vraag: ‘En wij, wat moeten wij doen?’ Tegen hen zei hij: ‘Pers niemand geld af, ook niet onder valse voorwendsels, maar wees tevreden met uw soldij.’ Het volk leefde in gespannen verwachting, en allen vroegen zich af of Johannes niet de Messias was, maar Johannes gaf hun allen ten antwoord: ‘Ik doop u met water. Maar er komt iemand die krachtiger is dan ik; ik ben te min om de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen in heilige Geest en vuur. De wan heeft Hij in zijn hand om zijn dorsvloer op te ruimen; het graan verzamelt Hij in zijn schuur, maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.’ Zo en op vele andere manieren verkondigde hij met klem aan het volk de goede boodschap.

Archief preken